9. De Canarische eilanden (deel 1)

Graciosa, een klein pareltje

In mijn vorige blog schreef dat opstapper Anne en ik al dat ik Graciosa als eerste Canarische eiland heb aangedaan. Graciosa is een heel klein eilandje vlak boven Lanzerote. Het heerlijke van dit eilandje is dat het eigenlijk niets voorstelt. Schiermonnikoog is, vergeleken met Graciosa, een soort van reuzeneiland. Graciosa heeft een klein dorpje met wat vakantiehuisjes, restaurantjes, een klein winkeltje, een jachthaven en de Francesca baai om in te ankeren.  Er zijn zeven wegen op het eiland, maar dat zijn niet verharde zandwegen die eigenlijk alleen toegankelijk zijn met een Landrover of per mountainbike. Ook alle straatjes in het dorpje waren onverhard.

Heel bijzonder om dit totale “niets” te ervaren, terwijl het super toeristische Lanzerote slechts op een kilometer ligt.

Op 11 oktober kwamen we, aan het begin van de avond, aan in het dorpje. Onze bedoeling was om in de jachthaven van Graciosa te gaan liggen. Maar terwijl we ons klaar maakten om in een van de lege boxen te gaan liggen, kwam er een boos schreeuwende havenmeester naar ons toe met de mededeling dat de haven vol was en dat we onder geen enkel voorwaarde mochten aanleggen in een van de lege boxen. We wisten dat de kans aanwezig was dat de haven vol zou zijn en dus hadden we van te voren al een aantal argumenten voorbereid om te voorkomen dat we weg geblaft zouden worden. Maar deze argumenten hielpen allemaal niet en we moesten verdwijnen. Daarop zijn we maar overgestapt naar “plan B”: ankeren in de Francesca Baai. Terwijl de zon al aan het ondergaan was, gingen we daar voor anker gegaan. Dat bleek een fantastisch “plan B” te zijn. Het was er totaal rustig en toen het donker werd konden we – met een biertje in de hand – van een fantastische sterrenhemel en de Melkweg genieten.

De volgende ochtend werd het nog leuker toen we als ochtenddouche simpelweg vanaf de boot in het kristalheldere water sprongen. Nog mooier werd het toen Anne en ik de duikbril opzetten en we opeens konden zien dat alleen al om de boot honderden prachtige vissen zwommen. Zo mooi snorkelen had ik nog niet meegemaakt tijdens de reis!

Na deze zwempartij zijn we naar de kant geroeid en daarna over de “hoofdzandweg” van het eiland naar het dorpje gewandeld. Op zich was het  dorpje niets bijzonder, maar met een lunch op een mooi terras met een heerlijk verkoelend biertje bij de hand is altijd goed. Na de lunch hebben Anne en ik twee mountainbikes gehuurd om het eiland te verkennen. Gelukkig waren het goed geveerde fietsen, want een deel van de wegen was eigenlijk niets anders dan een “wasbord” waar je over heen stuiterde. Tegenover dit relatieve ongemak stond echter het geweldig landschap. De foto’s zullen overtuigend zijn.

 

 


 



De verassingen van Lanzarote

Na op 13 oktober eerst weer gesnorkeld te hebben in de Francesco baai, zijn we anker op  gegaan en vertrokken richting Lanzerote. Alhoewel we meenden dat we in Arrecife op een juiste wijze per mail een ligplek hadden gereserveerd, werden we weer beleefd verteld dat de marina van Arrecife vol was en we maar 8 mijl door moesten varen naar Puerto Calero. Dat bleek een groot, nieuw, recreatiepark te zijn met honderden vakantiehuisjes, een marina en een groot aantal restaurant en winkeltjes.  Niet heel erg bijzonder maar een prima uitvalsbasis om in twee dagen Lanzerote te verkennen. In Puerto Calero stapte Marjorie ook op, de echtgenote van Anne.

Opvallend was wel dat in het recreatiepark de zeilers en de mensen van de vakantiewoningen in het totaal niet mengden of op elkaar leken. De zeilers zijn altijd eenvoudig te herkennen aan korte broek, t shirt en slippers of sandalen aan de voeten. De vooral Engelse badgasten liepen altijd keurig gekleed, gekapt en opgemaakt rond, veelal in smetteloos schone, witte, kleren.

De eerste rondkijkdag op Lanzarote zijn we met z’n drieën in een huurauto naar het Oosten van Lanzerote gegaan. De wegen waren vol met huurauto’s en autobussen die weer vol zaten met mensen van de cruiseschepen. Iedereen bezocht kennelijk – in een grote optocht – dezelfde toeristische hoogtepunten. Een van de “hoogtepunten” van de toeristische attracties van Lanzerote was een uitzicht punt met een prachtig zicht op Graciosa. Dieptepunt van het massatoerisme aldaar was dat je om naar dit uitzichtpunt te gaan, kaartjes van euro 5 p/p moest kopen. Honderden huurauto’s en autobussen stonden er al op het parkeerterrein voor het uitzicht punt kennelijk om allemaal voor 5 euro p/p naar een eiland te kijken waar Anne en ik net vandaan kwamen.. Ik vond dit een toppunt van geldklopperij waaraan ik niet mee wilde doen. Gelukkig bleek dat je 200 m verderop van hetzelfde uitzicht op Graciosa kon genieten, maar dan gratis en in alle rust.

De tweede dag van ons verblijf op Lanzerote bleken de vulkanen en lavavelden van de Parque Nacional de Timanfaya opeens van een onvergetelijke schoonheid te zijn. De verlatenheid, dorheid en doodsheid omgeving deed me sterk aan een maanlandschap denken.

 

 

 

Problemen bij de overtocht naar Gran Canaria.

16 oktober zijn we ’s middags vanuit Puerto Calero vertrokken richting Las Pas Palmas, de hoofdstad van het eiland Gran Canaria. Het was een overtocht van iets minder dan 100 mijl die we in iets minder dan 24 uur hebben gezeild. In alle boeken en artikelen over zeilen op de Canarische eilanden wordt iedereen gewaarschuwd voor de zgn. accelatiezones aan de Zuid West kant van de eilanden. Dat zijn gebieden waar de wind zomaar opeens 10 knopen sterker wordt. Omdat wij met een rustig windje vertrokken, viel het effect van de accelaratiezone van Lanzerote wel mee. De rustige bakstagwind trok wel opeens aan tot 20 knopen, maar we zagen dit op het water prima aankomen. Vlak nadat het echt donker werd trok de wind toch opnieuw weer aan en daarom wilden we het grootzeil toch maar wat reven. Door een miscommunicatie tussen Anne en mij ging dat niet helemaal goed. In plaats van tegen de wind in te liggen, draaide de boot helemaal door. Doordat ik de valstoppers van het grootzeil inmiddels al open had gezet, vloog de lijn die de onderlijktrekker genoemd wordt niet alleen uit de klem, maar ook volledig uit de giek. Na mezelf goed gezekerd te hebben ben ik naar voren gelopen en heb ik dit nog getracht te repareren. Ik kon echter al snel vaststellen  dat het opnieuw inrijgen van de lijn door de giek heen midden op zee niet zou lukken. Daarop hebben we het grootzeil maar helemaal ingetrokken en zijn we de rest van deze oversteek alleen op de genua verder gezeild. Omdat er steeds meer dan 20 knopen wind stond (meestal een 6 Beaufort) was dit niet zo’n groot probleem. De boot bleef op de genua steeds redelijk comfortabel 5-5,5 knopen varen.

Las Palmas op Gran Canaria

De volgende dag kwamen we rond 14:00u aan in Las Palmas. Deze mega jachthaven heeft 1200 plekken, maar de haven was zich inmiddels aan het voorbereiden om alle boten te ontvangen die aan de ARC rally zou gaan meevaren.

Intermezzo: de ARC

1986 wordt er door de ARC-organisatie een collectieve oversteek georganiseerd  van Las Palmas naar Santa Lucia. Jaarlijks doen daar honderden boten aan mee, die dit jaar allemaal tegelijk op 25 november vertrekken vanuit Las Palmas. Inmiddels is er ook een “ARC+” rally ontstaan. Dan vertrekken de boten op 11 november uit Las Palmas richting Mindelo op de Kaap Verden om van daaruit op 21 november te vertrekken naar Santa Lucia. In de weken voor deze vertrekdagen komen alle ARC zeilers binnenvaren op Las Palmas. In deze voorbereidingsweken  voor het vertrek krijgen de ARC deelnemers nog een aantal trainingen aangeboden en worden de boten van alle deelnemers onderworpen aan een strenge technische keuring. Omdat ik afgelopen jaren zelf al veel trainingen had gevolgd en omdat ik al voldoende geïnvesteerd had in het verbeteren van de boot, wist ik dat het meedoen aan de ARC voor mij geen groot voordeel zou hebben. Vooral ook omdat ik middels de inmiddels gevormde app groep van/voor Nederlandse vertrekken steeds op de hoogte blijf waar iedereen uithangt. Een deel van de vertrekkers heeft – net zo als ik – een SSB radio. Daardoor zal ik ook tijdens de oversteek in staat zijn om met een aantal vertrekkers dagelijks contact te onderhouden. Ook daar heb ik de ARC dus niet voor nodig. 

We hadden vooraf telefonisch contact gehad met de marina van Las Palmas, waarbij we te horen kregen dat het reserveren van een ligplaats in Las Palmas niet kon, maar dat we altijd wel 1-3 nachten zouden mogen blijven liggen in deze marina. Gelukkig bleken we ter plekke meteen 5 nachten te kunnen boeken.

Las Palmas bleek een grote stad te zijn, met heel veel mannetjes, winkeltjes en bedrijven voor het faciliteren van zeilboten in de marina. Gelukkig hadden we dit allemaal niet nodig voor het inrijgen van de onderlijktrekker.
De dag na onze aankomst konden we met wat passen en meten zelf de onderlijktrekker weer opnieuw door de giek konden trekken. Een heerlijk klusje waarbij we de giek wel moesten demonteren. Wat visdraad en een gewichtje waren vervolgens voldoende om eerst een hulptouwtje door de giek te trekken, waarmee we vervolgens met de visdraad de onderlijktrekker eenvoudig door de giek konden trekken.

Zoals in elke grote stad in de Canarische eilanden lag ook in Las Palmas dagelijks wel een of twee grote cruiseschepen aan de wal.

Intermezzo: Cruiseschepen

Meestal komen deze drijvende flatgebouwen ’s ochtends vroeg aan om dagelijks duizenden cruisetoeristen middels excursies de eilanden rond te leiden. ’s Avonds verlaten de cruisesschepen de haven weer om ‘s nachts naar een volgende locatie te varen. Het is best indrukwekkende om op de marifoon te horen dat een cruiseschepen een haven verlaat met 4000 gasten en 2000 bemanningsleden aan boord.  Omdat de cruisetoeristen overdag vermaakt moeten worden, staan er alle dagen ’s ochtends tientallen autobussen klaar bij de cruiseschepen om de gasten snel langs alle toeristische hoogtepunten  van het eiland leiden. Ook waren in alle havensteden vele restaurantjes bij de haven om de vele cruisegasten van eten en drinken te voorzien.

Vooralsnog lijkt me zo’n cruise afschuwelijk, maar misschien denk ik daar wel anders over als ik zelf ook 80 jaar oud ben.

Na wat geklus en gewas op de boot was er gelukkig ook ruim tijd om het eiland Gran Canaria te verkennen. Met bergen tot 1800m hoog was ook dit eiland zeer de moeite waard met prachtige uitzichten vanaf indrukwekkende rotsen.

Probleemloze oversteek van las Palmas  naar Santa Cruz op Tenerife

Na bijna een week op Gran Canaria gelegen te hebben zijn we 23 oktober in een stevige dagtocht overgestoken van Gran Canaria naar Santa Cruz op Tenerife. Een fijne tocht met opnieuw prachtig weer. Doordat er wat weinig wind stond hebben we helaas wel steeds de motor aan moeten laten staan. Daardoor konden we – nog net voordat het pikdonker werd – in Marina Santa Cruz aanmeren. Aldaar hadden we ons al door Guido van de Morgaine direct laten uitnodigen voor een “ ankerbiertje”.

Eén antwoord op “9. De Canarische eilanden (deel 1)”

Reacties zijn gesloten.