21. De oversteek naar Bermuda

Na een viertal weken op de British Virgin Islands was het tijd om definitief afscheid te nemen van het Carieb. Dat betekende vooral ook een afscheid nemen van maanden onbezorgd varen. Altijd met lekker veel zon en een stevige maar stabiele wind uit het Oosten. Afscheid nemen van het Carieb betekende ook een definitief begin maken met een lange terugweg richting Nederland.

 

Laatste dagen op de British Virgin Islands

De laatste dagen op de BVI’s heb ik vooral besteed aan het doen van boodschappen voor een overtocht van ca. 8 dagen, het vullen van alle water-, diesel- en gastanks, en het verrichten van wat laatste onderhoudsklussen. Ook werden de weerberichten voor 14 dagen vooruit grondig bestudeerd om de beste vertrekdag te selecteren. Met behulp van alle luchtdrukkaarten, gribfiles , het weerprogramma Predictwind wisten we dat de wind onderweg niet al te krachtig zou worden. Dat accepterend hebben vervolgens vooral gezocht naar een vertrekdatum die naar verwachting de minste tegenwind zou opleveren op weg naar Bermuda.

Toen alle inkopen, onderhoudsklussen en voorbereidingsklussen klaar waren, ben ik met de nieuwe opstappers Michiel en Edwin nog een keer een klein rondje gaan zeilen in de BVI’s. Nog een keer werden de Baths, Norman Island en de Indians bezocht

Eindelijk vertrekken

Ns dit laatste rondje door de BVI’s was het over met de pret en na uitgeklaard te hebben in Road Harbour zijn we 22 mei 2019 rond het middaguur vertrokken. De eerste 24 uur gingen nog helemaal geweldig: goede wind en in de eerste 24 uur kwamen we 126 mijl dichter bij Bermuda. Kortom heerlijk zeilen met een goede snelheid.

Of althans heerlijk voor mij, want Michiel en Edwin waren gelijk al zeeziek en hebben het eerste warme eten gelijk al aan de vissen moeten voeren. Gelukkig heeft het en hun niet van weerhouden om wel steeds wacht te lopen.

Problemen en te veel motoren

Zoals gezegd, de eerste 24 uur was de wind fantastisch, maar eigenlijk hebben we de 7 dagen daarna alleen maar tegenwind en met name te weinig wind gehad. Dat betekende dat de motor overuren moest draaien. In de 188 uur  op zee hebben we 114 uur gemotord om nog wat vooruitgang te maken. Dat is niet leuk. Sterker nog, we hebben onderweg vele rekensommen moeten maken om zeker te weten dat we niet zonder diesel zouden komen te zetten. We hadden de dieseltank van 220l in de BVI’s helemaal volgetankt daarnaast hadden we ook nog 3 jerrycans van 20 liter meegenomen. In totaal dus 280 liter. Vooral toen we van dag 4 t/m 7 gemiddeld 22 uur per dag moesten motoren, werd het wel wat spannend of we niet zonder brandstof zouden komen te zitten. Gelukkig was de wind de laatste twee dagen redelijk zodat we toen minder hoefden te motoren.

Een bijkomend probleem werd ook nog een terugval van de bootsnelheid op de motor. Normaal houd ik rekening met een snelheid van tenminste 5 knopen als de motor 2000 toeren draait. Echter de motor draaide niet lekker. Vanuit de uitlaat kwamen zware roetwolken en het toerental – en daarmee ook de snelheid van de boot – zakte steeds verder terug. Halverwege de oversteek hadden we nog maar een snelheid van 3 knopen op de motor. De reis dreigde zo ook heel lang te gaan duren en misschien zouden Michiel en Edwin  hun (hele dure) vlucht vanaf Bermuda naar Nederland missen. Zelf was ik bang dat we de motor hadden opgeblazen of dat de turbokop van de motor verstopt zou zijn. Dat laatste had ik al eerder gehad. Allemaal geen prettige zaken en vooruitzichten dus. Aan boord ontstond daardoor een aantal dagen   een wat bedrukte stemming. Echter ook bij 3-4 knopen snelheid maak je altijd nog 85 mijl per dag, zodat we ook wel wisten dat de reis van 843 mijl eens zou eindigen.

Gelukkig niet alleen maar narigheid

De zorgen over de mogelijk kapotte motor gingen halverwege gelukkig snel voorbij. Tijdens een absolute windstilte besloten we namelijk om om de beurt de Oceaan in te duiken als opfrissertje. Toen Michiel in het water lag zag hij opeens dat de schroef vol met wier zat. Nadat hij dit wier uit de schroef getrokken had en nadat we ons allemaal afgespoeld en opgedroogd hadden, starten we de motor. Die liep opeens weer als een zonnetje en de boot maakte gewoon weer 5 knopen snelheid.  De zorgen over de opgeblazen motor of turbokop kon ik toen weer van me afzetten. Vervelend was wel dat elke paar uur de snelheid weer wegzakte omdat de schroef weer vol wier zat. Daardoor moesten we onszelf verplichten om regelmatig het water in te springen om de schroef weer te ontdoen van het Saragossa wier. Zo’n straf is dat echter niet bij zonnig, windstil weer

 

 

 

 

 

 

 

 

Een bijkomend voordeel van zonnig weer waren ook de fantastische zonsondergangen. Elke dag hadden we rond 20:00u een fantastische zonsondergang waarbij de hemel van blauw, via de meest mooie roodschakeringen langzaam donker werd. Alhoewel de foto’s van zonsondergangen op de duur bijna saai en voorspelbaar worden, was het toch steeds een sprookje om te zien.

Motoren met weinig wind zorgde er ook voor dat de boot weinig beweging maakt en altijd keurig recht overeind voer. Dat zorgt ervoor dat ik ’s nachts ook in mijn eigen comfortabele bed in de punt van de boot kon liggen. Daar heb ik tijdens de ruwe overtocht van Bermuda naar de Azoren vaak naar terugverlangd!

De laatste loodjes

30 Mei arriveerden we om 8:00 uur lokale tijd in het stadje St. George’s op Bermuda. De reis van 843 mijl hadden we afgelegd in 188 uur met dus  een gemiddelde van maar 4,4 mijl per uur.

In de pilot stond aangegeven dat we 30 mijl voor aankomst in Bermuda de Coast Guard moesten aanroepen om kenbaar te maken dat we er aankomen. Op zo’n manier kunnen de Coast Guard ons op hun radar en AIS volgen. Dus om 2:00 ’s nachts, in het pikkedonker, riepen wij Bermuda Coast Guard op om ons te melden. We werden daarop in het meest bekakte Engels dat maar denkbaar is vriendelijk bedankt voor onze melding en ook er werd ons direct gevraagd of we wel goede en actuele detailkaarten hadden van Bermuda. Deze vraag was wel begrijpelijk omdat Bermuda omringd wordt door ondiepe riffen, welke menig schip heeft doen stranden.

Net aangekomen

Mensen zijn, zoals bekend, kuddedieren. Zo ook wij. Wat is dus de eerste twee dingen wat we deden net nadat we waren aangekomen: 1) met elkaar iets eten en drinken, 2) het thuisfront berichten dat je veilig bent overgekomen en 3) snel al je mails en appjes bekijken  Pas na deze echte essentialia voor zeezeilers denk je als zeezeiler na over wat je verder zou kunnen gaan doen. Lekker douchen, haren wassen en scheren met veel zoet water staat dan vervolgens weer hoog op de prioriteitenlijst.