23. de grote oversteek naar de Azoren

Dag 1-5
5 Juni 2019 vertrokken Anne en ik voor de grote oversteek van Bermuda naar de Azoren. Deze oversteek was 1790 nautische mijlen lang, ofwel 3300 km. De oversteek van de Kaap Verden naar Suriname was nog iets langer, maar we wisten van tevoren dat de oversteek naar de Azoren spannender zou worden omdat de weersomstandigheden minder voorspelbaar zijn. De stabiele “tradewinds” welke vanuit de Kaap Verden naar het Carieb waaien, zijn er niet op de route naar de Azoren.

Toen we 5 juni opstonden om te vertrekken bleek het helaas helemaal windstil te zijn. De weersvoorspellingen vertelden ons echter dat het ’s middags wel lekker zou gaan waaien. Om een reis te beginnen met urenlang motoren zou een afknapper zijn, daarom besloten we ’s ochtends nog maar even te gaan zwemmen bij Tobacco Bay. Dat zou een van de mooiste snorkelplekken van Bermuda zijn en dat bleek helemaal juist te zijn. Vooral de enorme, kleurrijke, parrot vissen van wel 1 meter lang waren indrukwekkend mooi.  Dit werd zo een geweldig afscheid van een half jaar varen in de tropen.

Intermezzo: weather routing

Tijdens de oversteek zou een ONO-koers ons rechtstreeks naar de Azoren brengen. Echter dan loop je grote kans om al snel in de windstiltes te belanden van het bekende “Azoren hoog”. Het standaard advies voor de oversteek is daarom om eerst een wat noordelijke route te volgen tot ongeveer de 38 breedtegraad en dan pal Oost te gaan varen. Dan zou je vaak een gunstige, westelijke, rugwind krijgen omdat je dan net boven het Azoren hoog vaart. Ook de depressies die vaak rond de 40 breedtegraad liggen zorgen dan voor een rugwind (wet van Buys Ballot). Dat is de theorie. De praktijk tijdens onze overtocht was echter dat de hoge en lage druk gebieden zich niet aan de theorie hielden. Het Azoren hoog was vaak nergens te vinden, terwijl de lagedruk gebieden vaak zuidelijker en ook heftiger waren en voor veel wind en hoge golven zorgden. We hebben daarmee stomme pech gehad, andere Nederlandse zeilboten die een paar weken voor ons de overstaken hebben alleen maar heerlijk zeilweer gehad.

 

In het ritme komen.

De eerste 5 dagen was  het prima zeilweer waardoor we weer konden wennen aan het ritme van oceaan zeilen. Er  ontstond er al snel een vast ritme.

s‘Ochtends om 6:00 begon de laatste wacht en rond dat moment komt de zon meestal ook op. Het is tijdens deze laatste wacht lekker wakker worden. Met een kop warme thee in je hand kijk je om je heen naar de steeds helder wordende wereld. Ook een zonsopkomst is een prachtig kleurenfestijn. In de donkere inktblauwe hemel begint het eerst wel lichtblauw te worden in het Oosten, dan verkleurt de hemel rood, om al snel, vlak voordat de zon boven de horizon komt, steeds meer lichtblauw te worden.  Om 9:00 was de laatste wacht afgelopen, waardoor we met z’n tweeën in de kuip zaten om samen te ontbijten met een bak muesli. Vervolgens ging ik  ergens in de ochtend de weerberichten ophalen, het huisfront een email sturen en samen maakten we vervolgens een koersplan voor de komende dag(en). Voor de lunch bakten we steeds een afbakbroodje af in de oven.
Tussen de bedrijven door mochten Anne en ik ieder nog even  1-2 uur  wat bij slapen. 2 x 3 Uur slapen in de nacht was niet namelijk genoeg voor ons. Overdag een beetje bijslapen was gewoon nodig om de lange reis vol te houden. Rond  5 uur  in de middag werd het dan  tijd om samen een biertje te drinken om daarna te beginnen met het maken van het warme eten. Het ’s nachts wachtlopen begon op 9:00 ’s avonds. Afwisselend moesten we dan 3 uur in de kuip zitten, We vermaakten ons door  rustig een boekje lezen en een beetje om je heen kijken naar de veelal heldere hemel.
Omdat stil zitten in het donker vaak ook slaapverwekkend is, hadden we wel met elkaar afgesproken dat we tijdens het wachtlopen wel af en toe wat mochten wegdommelen, mits we wel steeds een wekker zetten. Het dommelen mocht immers niet omslaan in een diepe slaap. We hoefden bij deze overtocht ook niet heel erg bang te zijn voor aanvaringen. Tijdens deze hele overtocht hebben maar 4 schepen gezien. 

Dag 5

De dag was prima begonnen maar we wisten van de weerberichten die we ontvingen dat er een koude front met slecht weer en veel wind op komst was. Dat slechte weer sloeg om half 6 s ’middags toe. De bewolking nam toe, waardoor het  donker werd en de omgeving werd opeens een beetje angstaanjagend. Binnen een minuut nam de wind ineens toe tot een windkracht 7-8 en de wind draaide daarbij  180 graden naar het Noord Oosten. Pal tegen dus. Dat betekende dat we de zeilen snel moesten reven tot hele kleine doekjes. Noodgedwongen moesten we onze koers verleggen ook naar het Zuid Oosten.  Aan de wind zeilen, tegen een stormachtige wind in, is natuurlijk best spannend en vooral ook inspannend. Omdat we wisten dat de storm wel even zou duren zijn we om de beurt toch maar 2 uur gaan slapen. Om, indien nodig, snel in actie te kunnen komen, sliepen we met een volledig zeilpak aan op een bank in de kajuit. Steeds hoorden we de wind door de verstaging gillen en voelden we de boot op de golven heen en weer schudden. We konden echter niets zien van de zee omdat het pikkedonker was. Wel voelden we dat de boot het goed deed op de golven.

Dag 6-7


Toen ik in de ochtend van dag 6 naar buiten kwam om de wacht over te nemen werd het net licht. Dat was wel even schrikken omdat ik bij daglicht de golven opeens wel kon zien. De golven waren enorm geworden, vermoedelijk vaak wel 4 meter! Maar Anne en ik zagen echter ook dat de boot wel steeds redelijk rustig over deze golven heen dobberde. De angst dat een hoge golf onze boot geheel zou bedelven, konden we daardoor steeds beter van ons afzetten. Sterker nog, ook aan de wind zaten we prima beschut en helemaal droog in de kuip. Gelukkig nam in de avond van dag 6 de wind iets af tot een windkracht 5 en ook de golven namen wel wat af.

In de loop van dag 7 draaide wind naar het Zuid Oosten maar viel daarbij ook helemaal weg. Eindelijk konden we weer in de goede richting naar de Azoren gaan varen. Maar zonder wind moest de motor nu voor de voortgang zorgen.

Dag 8-10

Dit werden heerlijke dagen. Het was prachtig onbewolkt weer met niet te veel wind uit een gunstige, goed bezeilde, richting. Overdag kon de gennaker zorgen voor een redelijke vooruitgang. Dag 9 hebben we de zeilen nog even helemaal gestreken om te kunnen zwemmen. Op dag 9 konden we onszelf ook nog feliciteren met het feit dat we nog maar 1000 zeemijl hoefden af te leggen en een dag later (dag 10)  waren we om 16:00 u precies halverwege de oversteek, dus met nog maar 897 mijl te gaan. We trakteerden ons daarom op een blikje opgewarmde knakworsten. De feestelijke gedachte van halverwege de reis te zijn bleek helaas fijner te zijn dan de smaak van de knakworsten. Die waren smakeloos. Dit waren de dagen waar we van kon dromen als we weer in in stom verzeild raakten

Dag 11-12

Bij het bekijken van de weerberichten wisten we dat er opnieuw een zware depressie maar iets ten noorden van ons zou langs trekken en daarbij voor veel wind zou gaan zorgen. Om 5 uur ’s avonds begon het “feest” en trok de wind aan naar 7-8 Bft. Omdat we de wind nu schuin van achteren hadden maakten we met hele kleine zeiltjes toch veel snelheid, vooral als je bijna surfend van een golf afvaart. Bij storm midden op de oceaan zijn de golven niet alleen hoog maar gelukkig ook heel lang. Het zijn ook geen brekende golven.


Op het moment dat zo’n hoge golf vlak achter de boot is kijk je telkens tegen een muur van water aan, maar steeds tilt de golf de achtkant van de boot een beetje op, waarna de golf soepel onder de boot doorspoelt.
Toch is de gillende wind en de schommelde boot niet bevorderlijk voor de nachtrust. Om te voorkomen dat we te uitgeput zouden raken  van het ‘s nachts buiten zitten, besloten om de wachten maar in te korten naar 2 uur. Doordat we steeds noordelijker
kwamen merkten we dat het ’s nachts ook frisser werd. ’s Nachts hadden we daardoor onder onze zeilpakken opeens weer warme kleding nodig.

Gelukkig trok deze depressie snel langs ons heen en de volgende ochtend nam de wind al weer af, maar helaas werden de golven op dag 12 nog een tijdje alleen maar hoger.

Dag 13-15

Na het geweld van de tweede storm hadden we gelukkig weer 3  ontspannen met lekker zonnig weer en een prima wind die steeds ruim inviel.

Op dag 15 konden we bij het ingaan van de nacht elkaar feliciteren met het gegeven dat we nog maar 250 mijl hoefden te varen naar de haven van Horta. We kregen het gevoel dat de eindsprint nu definitief ingezet was. Wel zagen we in de weerberichten die we binnenhaalden dat het de laatste 2,5 dag weer iets harder zou gaan waaien. Er werd weer een windkracht 5-6 voorspelt. Niet heel erg heftig dus. Helaas werd de werkelijkheid veel ruiger.

Dag 16-18

Op dag 16 kwam er eerst een koudefront langs. Binnen een paar tellen waaide het opeens weer 35 knopen, een dikke windkracht 8. Gelukkig was dit koudefront wel goed voorspeld in de weerberichten, waardoor we adequaat konden reageren. Snel hadden we het grootzeil helemaal weggehaald en de genua klein gemaakt. Terwijl we alleen op de gereefde genua voeren, ging de boot soms 10 knopen. Gierend hard dus.

De weerberichten voor dag 17 en 18 verslechterden met het uur. In plaats van rustig op het eiland Faial op de Azoren aan te komen, kwam er nog even een laatste storm overzetten met windstoten van 40-41 knopen. Dat is windkracht 9! Omdat de golven nog niet geluwd waren na het passeren van het laatste koudefront, stonden er ook binnen de kortste tijd weer enorme golven. Het vervelendste was dat de golven nu van verschillende kanten kwamen, waardoor de bewegingen van de boot heel ruw en wreed werden. Zeker binnen in de kajuit werd je alle kanten op gesmeten.

Maar hoe vervelend en onrustig dit ook allemaal was, het eiland Faial kwam onafwendbaar steeds dichterbij en toen we aan het eind van dag 17 voor het eerst land zagen, konden we de uren echt gaan aftellen.

Jessica had al ons die dag al gemaild dat zij contact had gehad met de havenmeester van Horta en dat de havenmeester een plaatst voor ons gereserveerd had. We zouden hem ook 24 uur per dag kunnen oproepen met de marifoon. Toen we dat lazen besloten we dat we ook wel ’s nachts durfden aan te leggen in de haven van Horta en dat we de boot niet hoefden te vertragen om pas bij daglicht binnen te varen.

22 Juni, dag 18 dus, kwamen we om 2:00 ’s nachts aan in de haven van Horta. De havenmeester was inderdaad nog wakker en hij maakte met zijn zaklantaren ons duidelijk waar we mochten aanleggen. In de havenkom van Horta lagen we opeens helemaal beschut tegen wind en golven, ook was het opeens helemaal stil geworden om ons heen. Wat een verademing was dat! Ook als was het midden in de nacht, het afronden van de overtocht moesten Anne en ik nog wel even vieren met een paar biertje en de laatste kaas. Maar binnen een uur lagen we ieder heerlijk ontspannen in onze eigen hut. Opeens konden we gewoon rustig in ons eigen bed liggen. Geen geschommel, geen onrustig makend geluid van golven en wind, maar gewoon rust. Wat was dat heerlijk! We hadden ons portie onrust wel even gehad na een oversteek met vier stormen.