3. Eindelijk op weg: Medemblik – Weymouth

De laatste voorbereidingen

De week van vertrek was hectisch met alle laatste voorbereidingen. Er werd nog het nodige aan de boot geklust en ook moest de boot volgeladen worden met alle spullen en boodschappen die ik inmiddels thuis had opgeslagen of die al eerder door de werf voor mij was ingekocht. Het resultaat was vier grote Volvo’s vol met spullen die in de boot moesten worden geladen. Ik was er inmiddels achter gekomen dat mijn boot 43 opbergplekken heeft, variërend van 2 grote bakskisten en een bilgeput tot alleen al 11 kasten/laden in de slaapkamer voorin de boot. Als ware boekhouders hebben mijn zoon en ik een hele middag besteed om de ingekochte voorraden op hun geregistreerde plek te krijgen.

Het vertrekkersfeest

Op de dag van vertrek was stond twee dingen vast: om 16:00u zou het afscheidfeest beginnen in de Pekelharinghaven en om 19:00 zou ik wegvaren.

Echter de boot was op de dag van vertrek nog niet lang niet klaar. Gierend van de adrinaline over dingen die nog niet klaar waren, kwam ik vlak voor het feestgedruis zou beginnen pas aan bij de feestlocatie. Tijd om nog even schone feestkleren aan te trekken was er niet, de eerste gasten stonden al op de kade op ons te wachten.

Het afscheidfeest was een geweldig succes! Heel veel vrienden, waaronder vele van de toekomstige opstappers, waren gekomen Dat gecombineerd met mooi weer, de fantastische locatie van de Pekelharinghaven en een geweldige catering maakte het voor mij tot een geweldig feest.

                                                                                                                                             Ter plekke boden mijn broer en zus aan om  ’s avonds nog even mee te varen naar Enkhuizen. Om 22:00u aangekomen in Enkhuizen, kwam Douwe van de werf DE Yachting langs om het reserve anker nog even af te leveren.

De dag daarop ben ik samen met oud college Hein en zijn drie jonge kinderen, naar IJmuiden. Dat begon gelijk met door zeeziekte spugende kinderen. Maar zodra de koers verlegd kon worden naar een ruimwindse koers was alle ellende over en begon een feest aan boord, inclusief verstoppertje spelen.

De 43 kasten en laden hebben ze niet gevonden, maar dat weerhield Hein’s kinderen er niet van het hele Noordzeekanaal zoek te zijn in de boot.

Aangekomen in IJmuiden bleek de watertanks leeg en de drie bilge putten overvol te zitten met zoet water. Dat werd geen vertrouwen wekkend start van een jaartje varen.

Naar Oost Engeland

De volgende dag zou (2 juli) ik samen met de eerste opstappers om 10:00 vertrekken naar Pinn Mill. Gelukkig kon Douwe van De Yachting gelijk komen om een spoedreparatie uitvoeren.

Na deze spoedreparatie konden we alsnog rond 14:00u Nederland definitief achter ons laten. De wind was de hele weg op weg naar Pinn Mill steeds comfortabel, een lekkere  ruime wind. Omdat het wel steeds 4-6 Bft woei , was de gemiddelde snelheid hoog.

Niemand van de eerste opstapper had ooit ’s nachts op zee gevaren. Ze werden aangenaam verrast door het feit dat je midden op zee met 2 pitten nog steeds geweldig kunt koken. Ik was zelf ook wel een beetje trots: confit de canard uit de oven, in het eendenvet gebakken aardappel en een frisse salade.  Wel vervelend was dat ’s nachts de stuurautomaat het begaf. De laatste 50 mijl op de hand sturen bleek met 4 man aan boord geen groot probleem.

Ik had Pinn Mill aan de Orwell rivier als eerste buitenlandse locatie gekozen,  omdat ik eindeloze verhalen in Nederlandse zeiltijdschriften gelezen had over het feit dat elke Nederlandse zeezeilers ooit een keer een biertje moest drinken in de Butt&Oyster Pub in Pin Mill. Na de eerste twee biertjes in de jachthaven van de Royal Harrich Yacht Club, bleek het verplichte biertje bij de Butt&Oyster Pub echter toch wel heftig op de maag te liggen.

Op advies van de mensen van de Royal Harrich Yacht club moest ik voor de reparatie van de stuurautomaat ene “Ollie” te bellen. Dat was een geweldig advies, maar ik kreeg van deze Ollie wel het advies/opdracht om de volgende dag voor 8:00 me te melden bij de Suffolk Yacht Haven. Daar aangekomen bleek Ollie gelukkig een super professional te zijn die binnen een uur het probleem had gevonden en gerepareerd. De driver van de stuurautomaat bleek kapot te zijn. Geluk bij een ongeluk was dat Ollie de driver op voorraad had en meteen kon installeren. Het “ongeluk” was dat ik gelijk 1.500 pond moest neertellen voor de nieuwe driver.

Naar Londen

De dag daarop ben ik met opstapper Ellen naar Queenborough gevaren aan de rivier Swale. In de meeste boeken wordt als een lelijke plek bescheven. Dat klopt alleen maar een klein beetje. Ja, er is veel lelijke industrie. Maar kijk je andere kant op, dan was het een prachtige natuur. Dus een kwestie van een strategische zitplaats in de boot kiezen.

Het mooist van Queenborough was echter de lokale micro pub Terwijl we door het dorp liepen, werden door een lokale bewoner aangesproken dat als we de beste pub van het dorp zochten, we naar de Admiral’s Arm moesten gaan. We hebben daar op aanraden van de locals diverse bier en cider geproefd. Gelukkig ging deze pub om 23:00u dicht, anders zouden het drankgelag de volgende dag toch wel tot heftige hoofdpijn en vertragingen hebben geleidt.

Na Queenborough ging de tocht door naar Londen(6 juli). Een van de locaties op mijn bucketlist was St Katherine Haven in Londen.

Dat ligt slechts 100m van de Tower Bridge af. Na een lange tocht door een niet heel bijzonder landschap werd het de laatste mijlen over de Thames toch wel spectaculair en ook werd het hectisch druk op het water. Echter Loosdrecht in de zomer is drukker en anders dan op Loosdrecht kennen alle schepen die je tegen komt kent de voorrangsregels wel en bovendien is niemand er op uit om je te overvaren. Aankomen bij de St Katherine Haven was een plekje op mijn bucketlist meer dan waar. Je tikt ongeveer eerst de Tower Bridge aan, waarna je gelijk rechtsaf een sluisje in kunt die de toegang biedt tot de haven. De meeste marina’s kennen een grote mate van eenvormigheid, maar St Katherine Haven was toch wel een positieve uitzondering. St. Katherine Haven heeft namelijk een heerlijk uitgaansgebied rondom de jachthaven. Als je wilt kun je in de haven zeker twee weken elke dag een ander restaurant uitproberen.

In London stapte mijn broer op en na wat sightseeing in Londen zijn we 8 juli weer teruggevaren naar Queenborough. Het laat zich raden waar de avond eindigde: de Admiral’s Arm. Opnieuw een geldige avond met wat mensen van de RNLI. Vooral de oud schipper van 75 jaar wilde ons waarschuwen voor elke zandbank die rond Queenborough te vinden is. Toen echter bleek dat de man de laatste 5 jaar niet meer op het water was geweest, begonnen mijn broer Jan en ik ons toch af te vragen of zijn kennis nog wel helemaal actueel was. Na een aantal bier was de man ook niet helemaal te volgen. Of dat aan zijn steeds sterker wordend accent lag of aan de alcohol was ook niet duidelijk. Wel had ik voor de tweede keer een gewelde avond in Queenborough.

Vanuit Queenborough moest op 9 juli Dover bezocht worden.

De eerste aanzichten van de “white cliffs of Dover waren prachtig, dat konden we helaas niet van Dover zeggen. Wat een trieste stad! De volgende dag naar Eastbourne was prima maar niet bijzonder. Na Eastbourne werd het opeens wel heel mooi. Op weg naar Brighton  was de vuurtoren van Beachy Head en de rotsen die de Seven Sisters genoemd  worden, spectaculair.

Vooral prachtig was toen een oud vliegtuigje uit WO2 spectaculaire stunts begon te maken rond Beachy Head.

Zuid Oost Engeland

11 juli moesten we een verplichte dag rust houden in Brighton. De SSB radio bleek in Nederland nog steeds niet goed te functioneren en Diederik Vogelzang bood mij aan om de SSB radio te repareren en daarna speciaal naar Brighton te komen om de radio te installeren. Het werd een heerlijk dag en door de verplichte pauze kregen Jan en ik ook nog de kans om Brighton te bekijken.               Het Royal Pavillion is in Brighton natuurlijk een bijna verplicht nummer om te bekijken, maar het leukste was de heerlijke ontspannen sfeer in de stad met veel ontspannen toeristen en gillende scholieren op excursie. Diederik had gelukkig het probleem in de SSB kunnen oplossen, het bleek een kapotte transistor te zijn van EURO 0,50. Daarnaast hebben we nog allerlei andere kleine electronisch mankementen samen met Diederik opgelost.

Het mekka van de Engelse zeilsport: de Solent

Na Diederik weer afgezet te hebben zijn Jan en ik doorgevaren naar de Solent. De eerste stop was het dopje Gosport, vlak bij Pourtmouth.

’s Avonds leerden we bij de lokale sailing club, dat je als bezoekende zeiler altijd welkom bent op elke Engelse zeilclub en dat je altijd aanspraak hebt aan lokale leden die willen weten wat je hebt gedaan. Overigens bleek een van de grootste motivaties van de lokale bevolking van Gosport om massaal lid te worden van de lokale zeilvereniging het goedkope bier te zijn.

Na Gosport zijn we 14 juli naar Cowes gevaren en daar drie dagen gebleven. De eerste dag moest er schoongemaakt en gewassen worden, daarna hebben we met een gehuurde auto het eiland verkent. Vooral de high tea in het George hotel in Yarmouth was een plezierige belevenis.

Ook de wandeling naar de West punt van het eiland om de Needles te bekijken was relexed.

Na drie dagen rust in Cowes zijn we 17 juli de rivier Hamble opgevaren op het vaste land. Belangrijkste reden om daar te gaan liggen was de uitnodiging van een oud collega Richard van CMS om bij hem thuis in Winchester te komen eten. Dit werd een onverwacht spannende avond, vooral omdat de jongste zoon van Richard die middag onverwacht had aangekondigde langs te komen met zijn nieuwe vriendin. Wat mij betreft werd de vriendin gelijk goedgekeurd, maar ik geloof dat er wat reserves waren bij Richard en zijn vrouw.

De volgende dag is Jan afgestapt en terug gereisd naar Nederland. De daarop volgende anderhalve week moest ik mezelf vermaken en alleen zeilen. Ik had ik nooit  groot probleem mee, vooral omdat de Engelsen altijd bereid zijn een lijntje aan te pakken, zodat aanleggen in je eentje niet tot grote problemen lijdt. Los van lijntjes aanpakken is de gemiddelde Engelse zeiler ook altijd om een praatje verlegen, waardoor je je ook niet kunt vervelen.

Bij Hamble Yacht Service heb ik gelukkig ook twee steeds urgenter wordende problemen opgelost. De buitenboordmoter liep niet mooi en gelukkig kon die ter plekke schoongemaakt worden. Ook mijn gasproblemen konden worden opgelost. De grote gasfles van 6 kg Primagas bleek na drie dagen al leeg te zijn, terwijl ik verwacht had dat ik er tenminste een maand op zijn kunnen koken.

Intermezzo: gasproblemen

Toen na 3 dagen bleek dat mijn grootste tank al leeg was, dacht ik de Primagas fles simpel om te kunnen ruilen. Dat bleek toch een probleem te zijn, omdat de Engelsen niet met Primagas werken maar met het merk Calor Gaz welke ook nog in tanks van afwijkende formaat zitten. Via de mensen van Primagas Nederland kreeg ik te horen dat in Engeland en ook in Spanje en Portugal geen Primagas te verkrijgen is. Ook kreeg ik te horen dat Primagas en Calor Gaz eigendom zijn van een en dezelfde Nederlandse investering club (SHV), maar dat verdere integratie van de systemen niet beoogd werd. Na vele telefoontje naar gasleveranciers in Engeland leek het gasprobleem steeds groter te worden. Bij Hamble Yacht Service wisten ze gelukkig het telefoonnummer van ene David, een gepensioneerde gasonderhoudsmonteur. David was niet alleen gepensioneerd maar had in de loop van zijn leven vele van zijn tanden verloren wat het verstaan van hem toch wel en beetje lastig maakte. Maar ik was heel blij dat hij  bij hem thuis mijn beide gastanks vanuit een grote gasfles weer heeft kunnen vullen. Dit zal vast niet conform Europese veiligheidsregels zijn gebeurd zijn, maar ik was er blij mee dat mijn gasprobleem voorlopig opgelost was. David bleek als gepensioneerd gasmonteur ook nog alle tijd te hebben. Dus na het oplossen van de gasproblemen, hebben we nog eindeloos over bootjes en zeilen

 18 juli heb ik de Hamble verlaten en ben ik naar Lymington gevaren. Over Lymington is niet zo veel te vertellen, mooie luxe jachthaven, maar met alleen maar uitzicht op ander boten.

Na Lymington ben ik 19 juli weer een klein stukje terug gevaren naar de Beaulieu River. Mijn uitspraak (op zijn Frans) van de river begreep de lokale mooring officer niet. Het bleek dat je de mooie naam moest uitspreken als iets van “beuli river”. De mooring in de natuur was een geweldige ervaring. Allereerst omdat ik gelijk in een keer, in mijn eentje, de mooringlijn goed kon vastmaken. Maar vooral ook omdat de rivier en de omgeving onvoorstelbaar mooi was. Mijn foto apparaat maakte daardoor overuren, vooral nadat ik ook nog ooievaars en kleine zilverreigers gespot had. .

 

De bedoeling was om 20 juli door te varen naar Poole, maar de wind en het getij waren zo gunstig dat ik besloot om gelijk door te varen naar Weymouth.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Daar weer een dag rust gehouden om de was te doen en het stadje te bekijken. Zoals veel Engelse badplaatsen had Weymouth twee gezichten. Allereerst een prachtig strand met mooie oude huizen aan de boulevard, maar ook een verpauperde binnenstad met alleen maar goedkope winkels en Engelsen of zijn meest Engels: te dik, rood verbrand en vol met tattoos

 

 

 

2. De voorbereidingen vorderen

Een jaar of drie geleden heb ik met de werf DE Yachting een plan van aanpak gemaakt om de Atropos geheel klaar te maken voor het rondje Atlantic. Inmiddels vorderen alle renovaties en verbeteringen aardig en het ziet er naar uit dat de boot op 30 juni geheel klaar is voor vertrek. Dat klinkt allemaal heel erg  soepel en simpel, maar de eerlijkheid gebied te zeggen dat de afgelopen drie jaar er toch veel meer moest gebeuren dan we drie jaar geleden gepland hadden.  Een van de grootste (en duurste) tegenvallers was wel het vervangen van de gehele verstaging in maart van dit jaar.

Los van “spullen kopen en installeren”, ben ik afgelopen jaar naar vele opleidingsbijeenkomsten geweest om de noodzakelijke extra kennis te verwerven.

Wat daarbij best lastig was, was dat deze kennis volstrekt vaak niet aansluit bij dingen waar ik wel heel veel ervaring mee had. Een trainingsweek voor het Marcom A examen (om een korte golf zender te mogen bedienen op zee) is toch heel iets anders dan een cursus belastingrecht. In dat laatste was ik best wel goed, maar de werking van korte golf zenders was toch een compleet nieuwe wereld voor mij.

Alhoewel het leren voor dit Marcom A examen een week lang tot diep in de nacht door ging, was het wel erg gaaf om voor het praktijkgedeelte van dit examen een middag op een oefen brug van een zeeschip te staan. Dit om te oefenen met de diverse apparatuur.

Maar goed, alles is te leren en inmiddels ben ik redelijk goed thuis in de wereld van korte golfzenders, satelliet telefoons, epirbs, radar, AIS, EHBO, website bouwen en navigatie op zee. Alhoewel ik meende dat een zeekaart geen geheimen meer voor me had, kostte het leren voor het examen Theoretische Kustnavigatie toch onverwacht veel tijd en stress.  Maar ook dat examen is gelukkig succesvol afgerond.

Wat enorm leuk en ook leerzaam was, waren de twee vertrekkersdagen die georganiseerd werden door de Vereniging voor Toerzeilers en door het tijdschrift Zeilen.

Tijdens deze twee dagen kon je de bemanningen ontmoeten van ca. 20-25 vertrekkersboten die allemaal deze zomer beginnen met een rondje Atlantic of met een rondje om de wereld. Leuk om nu al mensen te ontmoeten die ik ongetwijfeld weer tegen kom in verschillende havens.

Afgelopen twee weken is de boot ook weer helemaal gepoetst en in de was gezet. Ook het teakdek is weer algen vrij  en compleet schoongemaakt. Aan de buitenkant ziet de boot er – mede door de nieuwe laag antifouling – weer spik en span uit.

 

 

 

Komende tijd moet nog wel aandacht en tijd besteed worden aan het systematisch beladen van het schip. Er moet heel veel kleding, uitrusting, diesel, water en voedsel weggestouwd worden op een manier dat het ook nog weer terug te vinden is.  Dit wordt nog heel wat gepuzzel. Ik heb inmiddels wel van oud-vertrekkers geleerd dat het niet zinvol is om in Nederland al heel veel blikken met vlees, rijst en pasta e.d. in te kopen. Veel oud-vertrekkers meldden dat na afloop van hun reis meer de helft van deze in Nederland ingekochte houdbare etenswaren niet opgegeten was. De meeste inkopen zal ik vermoedelijk in Gran Canaria moeten doen. Daar schijnen de supermarkten helemaal  gewend te zijn aan het bevoorraden van vertrekkers en zijn de supermarkten zelfs gewoon om de boodschappen op de steiger af te leveren.

Gelukkig ligt de boot inmiddels al wel weer een maand in het water. De eerste zeiltochtjes zijn al gemaakt en in de week na Hemelvaart zullen Jessica en ik weer een paar dagen naar de Wadden gaan. In zo’n week zeilen zal ongetwijfeld blijken dat sommige dingen nog niet helemaal goed werken. Maar dat zal het komende jaar wel steeds zo blijven. De boot zal steeds onderhoud nodig hebben en er zal ook ongetwijfeld het nodige kapot gaan. Maar per saldo heb ik nog steeds heel veel vertrouwen in de Atropos. Het is een mooie en sterke boot die nu (bijna) helemaal klaar is voor de reis.

 

 

1. Een enerverende generale repetitie

Om te ervaren hoe het is om meerdere dagen (en nachten) door te zeilen heb ik dit jaar – samen met mijn zoon Sietse en twee van zijn vrienden – een zeiltocht gemaakt naar Whitby in Noordoost Engeland. Een soort generale repetitie voor de reis naar de Caraibische eilanden in 2018/2019. Vanuit Medemblik voeren Sietse en ik in een rustig tochtje naar de naar KMJH jachthaven in Den Helder. Ik was daar nog nooit geweest, maar wat een heerlijke jachthaven is dat!  Kleinschalig, goede voorzieningen, hulpvaardige havenmeesters en ook nog gratis mooi weer.

De heenreis

De overtocht vanaf Den Helder naar Whitby was 230 Nm lang en duurde zowel heen als terug ongeveer 42 uur. Wat opviel gedurende de heen- en terugreis was dat er eigenlijk geen moment was waarop er niets te zien was. Altijd was er wel een olieplatform in zicht en anders moest je wel voor vrachtschepen uitkijken in de drie shipping lanes die we passeerden.

Vakantie in Whitby

Whitby is een  Engels vakantieplaatsje met veel typisch Engels vakantievermaak: een oude abdij, veel speelhallen, vis en chips en vooral veel aardige Engelsen. Naar goed Engelse gewoonte waren de Engelsen wel ruim voorzien van tattoos op alle (net iets te dikke) lichaamsdelen.

 

Na een eerste dagje bijslapen en het uitproberen van een aantal lokale biersoorten, zijn we de tweede dag via het coastpath naar het dorpje Robin Hood’s Bay gelopen. 

Daar waar de wandeling ’s ochtend nat en stormachtig begon, eindigde het in prachtig zomerweer. Om dit zomerweer te vieren hebben we in Robin Hood’s Bay, in een prachtige teagarden, de thee overgeslagen om toch weer de kwaliteit van het lokale bier weer te testen. 

De laatste vakantiedag hebben we besteed aan een tochtje met een stoomtrein naar Goathland. Dit gehucht lag in de middle of nowhere, of eigenlijke beter gezegd, midden in de bloeiende heide van de North York Moors. 

Alhoewel Goathland als gehucht niets voorstelt, was het stationnetje prachtig en ook wereldberoemd als het Hogsmeade Station in de Harry Potter films.

Terugweg: geen stroom, geen motor

Na drie dagen vakantiepret moest er weer 230 Nm terug gezeild worden. Alhoewel het weer prima was, was het wel een tocht met wat hindernissen. Na 100 Nm viel namelijk niet alleen stroom uit (en dus ook de stuurautomaat en de instrumenten), maar ook de motor gaf de geest. Op zich is dat niet erg, want een zeilboot zeilt wel door, maar 24 uur op de hand sturen en steeds naar het kompas kijken was best wel inspannend.

Gesleept door de KNRM

15 Nm voor Den Helder hebben we via de handheld marifoon op kanaal 16 geïnformeerd of de havenmeester in Den Helder ons wellicht de laatste meter de jachthaven binnen zou kunnen slepen.

We kregen daarop via Den Helder Rescue het bericht dat Joke Dijkstra, de grootste reddingsboot van de KNRM, in de buurt was en direct bijstand zou kunnen verlenen. Dat werd wel spanning en sensatie! Terwijl het al donker werd, werden we met vermoedelijk 9-10 knopen snelheid een uurtje gesleept.Ik weet wel zeker dat de Atropos nog nooit ze snel gevaren heeft. Een laatste duwtje door de havenmeester werd zo een vervangen door enerverende sleeptocht.

Alles weer gerepareerd

De week daarop hebben de mensen van De Klerk Yachtservice de boot gerepareerd. De dieselleidingen bleken verstopt te zijn met groene algen die makkelijk in biodiesel blijken te groeien, terwijl de stroomproblemen het gevolg waren van accu’s die het loodje hadden gelaten.

Inmiddels werkt alles weer prima. Nu maar hopen dat een technisch gezien uitdagende generale repetitie zal leiden tot een perfecte zeiltocht volgend jaar.