5. Spanje en de Ria’s

Galicië

De meeste mensen die aan op vakantie gaan  in Spanje, zullen niet spontaan aan Galicië denken. Een aantal kennen wellicht alleen de naam van het bedevaartsoord Santiago de Compostella of de voetbalclub Deportivo la Coruna (die dus La Coruna als huisbasis heeft). Vermoedelijk komt dat vooral omdat het een enorm afstand als je er met een auto heen rijdt en vermoedelijk ook omdat het weer in Galicië niet zo voorspelbaar zonnig is als op andere Spaanse Costa’s.

Opvallend was dat ik in Galicië, behalve wat buitenlandse zeilers, geen buitenlanders tegen ben gekomen. Omdat Spanjaarden (terecht) geloven dat Spaans een wereldtaal is, was het Galicië in soms wel lastig om te communiceren. Ook jonge Spanjaarden spraken vaak geen woord Engels. Gelukkig bleven alle Spanjaarden wel hun best doen om of in vloeiend Spaans of met gebarentaal te communiceren. Hoe beroerd de communicatie soms ook liep, de Galiciërs bleven aardig en geduldig waardoor het altijd heel plezierig bleef.

Tijdens mijn zeiltocht is Galicië een logische plek om aan te doen vanuit Zuid Engeland. In veel verhalen van zeilers had ik al gelezen dat ze Galicië  een heerlijk zeilgebied vonden. Ik was er echter zelf nog nooit geweest en ik liet me dus graag verrassen. In augustus heb ik er bijna vier weken rondgevaren en al deze weken waren heerlijk en prachtig. Vooral omdat na de eerste week de dagafstanden minder groot werden en er ook ruimte was om een aantal dagen op een plek te blijven. Pas toen kreeg ik de rust om te genieten van de omgeving en van de mensen.

Het heerlijke van met name de West kust van Galicië is dat het bestaat uit een vijftal lange baaien en dat je in elke baai een aantal stadjes of ankerplaatsen kunt aandoen.

De mensen uit Galicië hebben een heel bijzonder scheppingsverhaal over het ontstaan van de baaien die ze “Ria’s” noemen. Het verhaal is dat God de wereld in 6 dagen heeft geschapen en dat hij op de zevende dag uitrustte. Tijdens dit uitrusten legde God zijn hand op Galicië en met zijn vijf vingers creëerde hij zo de vijf Ria’s.

La Coruna

Zoals in de vorige blog beschreven kwam ik 3 november aan in La Coruna. De volgende dag heb ik opstapper Michiel uitgezwaaid. Hij moest al weer vroeg op om zijn vliegtuig te halen. Na dit uitzwaaien ben ik gelijk weer mijn bed ingekropen om nog wat achterstallige slaap in te halen. Na het uitslapen kon ik weer heerlijk onder de douche waarna ik me maar eens ben gaan aanmelden.

Intermezzo: formaliteiten

In Engeland was ik gewend dat de Britten geen heftige inschrijf formaliteiten kennen bij het aanmelden. In Spanje is dat anders. Niet dat ze vervelend bureaucratisch zijn, maar in elke Spaanse haven moest het eigendomsbewijs, het verzekeringsbewijs en een paspoort getoond en gekopieerd worden. Los daarvan moest eigenlijk alle gegevens uit het eigendomsbewijs en het paspoort ook nog ingevuld worden op een inschrijfpapier.

Anders dan bij bijvoorbeeld een huis of een auto kennen we in Nederland geen formeel eigendomsbewijs van een boot. Het Watersportverbond heeft echter een soort van officieus eigendomsbewijs gemaakt dat tot op heden overal geaccepteerd wordt. Wat we (gelukkig) in Nederland ook niet kennen is een registratienummer. In veel Europese landen moeten alle boten op een goed zichtbare plek een registratienummer tonen. Dit nummer wordt natuurlijk ook altijd gevraagd bij inschrijving in het Spaanse havenkantoor. Meestal kwam ik er bij de inschrijving wel weg met het verhaal dat we in Nederland geen formeel registratienummer kennen. In een aantal havens heb ik echter meegemaakt dat ze dat niet geloofden. Alsdan gaf ik maar het “hull number” door dat Malo bij de bouw in Zweden aan de boot heeft gegeven. Dit nummer stond ook op het officieuze eigendomsbewijs van het Watersportverbond. Tot op heden waren de mensen die er echt op stonden om een registratienummer te noteren heel tevreden met het noteren van dit hull number.

Na bijgeslapen te hebben, de formaliteiten afgehandeld te hebben en de was gedraaid te hebben was er gelukkig ook tijd om de oude binnenstad van La Coruna te verkennen. Zoals de meeste Spaanse stadjes bestaat de oude binnenstad vooral uit smalle straatje zonder autoverkeer. Natuurlijk was er in elke straatje een kerk, een kroeg en een restaurant. In La Coruna kwam ik al rondlopend bij een heerlijke kroeg/restaurant dat vol hing met allerlei prachtige hammen. Na een eerste schaaltje ham (met wat brood en wijn) geproefd te hebben werd mij ook nog aangeraden om hun pata negra ham te proeven. Dit was ook daar zo exclusief dat alleen de baas van het restaurant deze ham mocht afsnijden. Er werd mij wel van te voren aangeraden om niet te veel te bestellen omdat de ham ook daar euro 140 per kg kost. Het was z’n prijs echter meer dan waar. Het was zo verschrikkelijk lekker!

Nattigheid

Goed uitgerust en met veel goede moed vertrok ik vanuit La Coruna in mijn eentje op 6 augustus naar de Corme aan de baai Ria de Corme y Laxe.  Een lastig tochtje omdat ik de hele tocht pal wind tegen had. Nog vervelender werd het toen ik er achter kwam dat ik het bovenluik in de voorkajuit op een kier had laten openstaan. Omdat het nogal stevig woei werd de boot niet alleen aan de buitenkant goed afgespoeld met zeewater.

Mijn voorkajuit was ook goed nat inclusief al mijn beddengoed, mijn linnengoed, mijn kussens en de matrassen. Ik begrijp dat elke zeilers dit wel eens overkomt, maar toen ik dat tijdens de tocht ontdekte, baalde ik verschrikkelijk. Het  was maar goed dat er daar geen bordje stond met een afslag naar Nederland. Dan was ik meteen teruggegaan naar Nederland. Maar omdat er op zee geen verkeersbord richting Nederland stond, moest ik wel verder.

Mijn boosheid en frustratie werden al tijdens de tocht geleidelijk aan wel wat minder. Vooral ook omdat de eilandengroep Islas Sisargas fantastisch in de zon lagen te schitteren. Bij het plaatsje Corme heb ik voor het eerst tijdens de reis moeten ankeren. In Corme heb ik  nog niets aan het natte beddengoed kunnen doen, omdat ik al ankerend mijn spullen niet in de wasmachine kon stoppen en ook niet kon drogen.

Ria de Camarinas

In Camarinas in de Ria de Camarinas kon ik tijdens een rustdag de matrassen goed drogen en het linnengoed en alle natte kleding in de wasmachine stoppen.

In Camarinas kreeg ik zo mijn goede humeur definitief weer terug. Camarinas is een stadje van niets, de marina is klein en stelt ook niet heel veel voor. Het lag er echter heerlijk. Met de oude havenmeester was het ook heel plezierig, vooral omdat hij wel vijf woorden Engels sprak, namelijk “washing machine there” en “ Five Euro’s”.  Ik kwam in Camarinas ook de zeilboot Vivente weer tegen. Met de bemanning van de Vivente ben ik heerlijk uit eten gegaan. Voor het eerst heb ik daar ook de heerlijk inktvissen (“polpo’s”) gegeten. In Nederland ken ik inktvissen alleen als een soort smakeloos rubber, maar in het Galicië was de inktvis mals – en door de pittige kruiden – heel smakelijk.

In Camarinas heb ik ook geleerd dat elke Spaans stadje aan de kust een boulevard heeft en dat zo ongeveer het hele dorp vanaf zes uur ’s middags eerst op het terras een glaasje drinkt om daarna over de boulevard te flaneren. Ook oude dametjes van 75 jaar oud flaneren er, stevig gearmd met hun echtgenote of met een van hun kinderen

Ria de Muros

Na het heerlijk Caraminas heb ik 9 augustus met prachtig en rustig weer de Cabo Finisterre gerond.

Op de kaap staat een groot kustwachtstation en is berucht is vanwege de vele stormwaarschuwingen voor “ Finisterre” Ik had er echter een ruime, rustige windkracht 3 met veel zon. Genieten dus. Bij het binnenvaren van de eerste echte grote  Ria, de Ria de Muros, trok de wind even stevig aan. Met een ruime wind van 22 knopen en vol tuig ging de boot er als een speer vandoor. Op langere etappes zou je dan wel gaan reven, maar ik  verwachtte dat hoe verder ik de Ria de Muros in zou varen, hoe rustiger de wind zou worden. Dat bleek een juiste veronderstelling te zijn en met een heerlijk bries spoelde in de Real Club Nautico de Portosin binnen. De dame van de receptie die de inschrijving verzorgde was buitengewoon gastvrij maar sprak helaas geen woord Engels. Ze nodigden mij op enig moment maar uit om achter haar computer  te gaan zitten en vervolgens typten we om de beurt een zin die door Google Translate adequaat vertaald werd. Dit werkte uitstekend en binnen de kortste keren was de inschrijving geregeld. Ook had zij voor mij voor de volgende dag een huurauto geregeld om mijn dochter van het vliegveld van Figo te halen.

Roeiwedstrijd in Portosin

 Als enthousiast roeier zag ik in Portsosin naast het gebouw van de zeilvereniging een tweetal mooie roeiboten liggen. Ik ben daarop gaan informeren wat er met die boten gedaan werd. Door een medewerkster van de zeilclub werd mij verteld dat ze deze roeiboten jaarlijks maar een keer gebruikten voor een roeiwedstrijd tussen de mensen van de zeilvereniging en de lokale vissers. Dit ter ere van Sint Carmen, beschermheilige van de vissers. Deze dame vertelde dat deze wedstrijd toevallig de volgende dag was en dat ze helaas twee mensen te kort kwamen voor de roeiboot van de zeilvereniging. Toen ik daarop kon vertellen dat ik best graag in wilde invallen en dat mijn dochter ook goed kon roeien, werden opeens twee mensen heel gelukkig.

Zij omdat ze hun boot vol hadden en ik omdat ik weer eens mocht roeien. De wedstrijd zelf stelde de volgende dag niet heel veel voor. De wedstrijdafstand was ook niet helemaal bekend, maar het zou een wedstrijdje zijn met een keerboei in de werkhaven van Portosin. De plek van de finish zou door een havenmeester pas tijdens de wedstrijd aangegeven worden. Tijdens  de wedstrijd brak bij een van de mederoeiers de roeidol, waardoor hij eigenlijk niet kon roeien. Dit mocht de pret echter niet drukken. Met een zilveren medaille voor de tweede  plek ( we waren dus hopeloos laatste geworden) op zak werd de wedstrijd uitgebreid nabesproken met heerlijke hapjes, wijn en bier. Heerlijk dus. Bij het vertrek uit Portosin kregen mijn dochter en ik nog gratis T shirts, pennen, een fles wijn en korting op de rekening. Als zuinige Nederlander werd ik dus extra blij.

Intermezzo: feesten in Spanje

De nacht voor het vertrek uit Portosin waren we iets minder blij met het feest ter ere van Sint Carmen. Spanjaarden blijken tijdens vakantieperiode ongeveer elke kans aan te grijpen om een groot feest op de zetten. Dit vertaalt zich in bijna elke Spaans stadje dat we aandeden in een lawaaiige kermis en een live optreden of disco’s welke startten om middennacht en doorging tot 4-5 ’s ochtends. Zeker in de weekenden probeerden we daarom te ankeren in een rustige baai. Maar we konden niet voorkomen dat we in Portosin, Villa Garcia, Sanxenxo, Cangas en Vigo ’s nachts uitgebreid de laatste Spaanse zomerhits konden beluisteren.

Ria de Muros

Na Portosin hebben Ieke en ik 11 augustus nog geankerd in de Enscelada de San Francisco. Het was heerlijk om ’s avonds, al kletsend, het langzaam donker te zien worden in een prachtige baai.

Na de Enscelada de San Fransisco  zijn we naar het stadje Muros gegaan. Ook weer een klein oud stadje met een grote  vissershaven voor grote en (heel veel) kleine vissersbootjes en een klein marina. De havenmeester van Muros sprak perfect Engels. Het inschrijven koste heel veel tijd. Niet voor het normale papierwerk, maar vooral om heerlijk te ouwehoeren met de havenmeester.

Ria de Arousa

Na Muros zijn we 13 augustus de Ria de Arousa ingevaren. Deze Ria kun je op twee manieren vanuit het Noorden komend invaren. Ruim om alle problemen/rotsen heen, of – bij goed weer – tussen de rotsen door. Omdat het weer goed was hebben we het laatste gedaan. Dat werd best spannend. In het Canal de Sangres lagen een groot aantal spectaculaire rotspartijen die om de zoveel seconden geheel overspoeld werden door brekende golven. In de pilot stond simpel dat je een koers van 110 graden moet gaan varen en 80 meter ten noorden van de ene rotsen en max 150 meter ten zuiden van een aantal andere rotsen moet blijven varen.  Dat klinkt best ruim, maar ik ervoer het toch als beangstigend smal.  Heel spannend allemaal, maar het weer was gelukkig nog net rustig genoeg om er met alleen  heftig zwetende oksels tussen door te varen.

Na het passeren van de rotsen werd het gelukkig weer rustig zeilweer en konden Ieke en ik  genieten van de geweldige mooie eilandjes in deze Ria.

Het eerste dorpje in de Ria de Arousa die we aandeden was Ribeira. Dat was een beetje een deceptie. Het stadje was stonk naar vis, was verarmd en er was weinig leukigheid te ontdekken. Het ons zelfs niet gelukt om een leuk café te vinden om er een koffie te drinken.

Ria de Pontrevedra

14 augustus zijn Ieke en ik naar Villa Garcia gevaren in de Ria de Pontrevedra.

Villa Garcia is een heerlijk stadje met veel gezellige restaurants en bovendien was ook de marina zeer plezierig. Ook plezierig aan Villa Garcia was dat mijn echtgenote Jessica daar kwam opstappen.

Villa Garcia bleek een prima uitgangspunt te zijn voor een bezoek met de trein aan Santiago de Compostella. Zoals bekend is Santiago de Compostella het eindpunt van een lange pelgrimsroute. Vele van de wandelaars en fietsers die we zagen liepen de laatste kilometers echt op hun tandvlees.  Maar dat was allemaal weer vergeten op het plein bij de kathedraal, het echte eindpunt van de pelgrimstocht.

De kathedraal bleek van binnen vele eeuwen van bouwen te bevatten, waaronder prachtige elementen uit de middeleeuwen.

Garcia en na een overnachting in Camarinas maakten we een echte fout: het bezoek op 18 augustus aan Sanxenxo in de Ria de Pontreverde. We wilden eerst naar de kleine marina van Ponto Novo gaan, maar die bleek helaas vol te zijn, waarna we moesten uitwijken naar Sanxenxo. Dit bleek een nieuw uit de grond gestampte marina te zijn voor vooral grote motorboten. Op zich is het wel grappig om al die enorme strijkijzers ’s avonds binnen te zien varen. Maar nadat het donker was geworden meenden de opstappers van deze motorboten dat de dag pas net begonnen was. Kortom weer nare overlast van een aantal lawaaierige disco’s, allemaal met met zware base drums, lichtshows en lallend bezoekers. Achteraf hoorden we dat Sanxenxo berucht is vanwege het feest vierende Spaanse “nieuwe geld”  dat er in te grote motorboten wil rondvaren.

Ria de Vigo

De laatste anderhalve week  van het bezoek aan de Spaanse Ria’s konden we rustig aandoen. Deze periode hebben we alleen in de Ria de Vigo rondgezeild. Een paar dagen in Cangas, een paar dagen in Vigo, een aantal nachten voor anker in de Enscelada da Barra en bij de Islas de Cies. Omdat de afstanden klein waren, de zon steeds scheen en de wind meestal rustig woei, was het heerlijk ontspannen zeilen en verblijven in deze Ria. Cangas bleek een prettig klein vissershaventje te zijn, waar we de kapotte windmeter konden vervangen.

De mensen in de marina van Cangas waren heel bijzonder (plezierig). De dame op kantoor heeft ons enorm geholpen met het vinden van een goede reparateur voor de windmeter en het aanvragen van de permits voor Islas de Cies. De havenmeester die rondliep in de marina was zeer vermakelijk. De man sprak naast vloeiend Spaans geen enkele buitenlandse  taal, maar dat weerhield hem er niet van om in rap Spaans iedere bezoeker indringend te vertellen waar en hoe ze moesten aanleggen en vooral hoe de lijntjes vastgeknoopt moesten worden. De eerste keer raakten we daardoor wel wat geïntimideerd. Echter omdat we een aantal malen in de haven van Cangas hebben aangelegd en de lijntjes uiteindelijk steeds naar volle tevredenheid van de havenmeester vastknoopten, kregen we op het laatste toch duidelijk iets van een goedkeuring van de man de horen. Hij glimlachte op het laatste zelfs naar ons! Vervolgens was het natuurlijk extra vermakelijk om andere buitenlandse gasten te zien aanleggen. Naar de mening van de havenmeester kon uiteraard ook niemand van de bezoekende boten  de lijnen goed vastknopen. De meeste buitenlandse zeilers kregen daarop ook de vijf minuten uitleg in vloeiend Spaans, waarna ze er allemaal uitzagen als beginnende, geïntimideerde  zeilers. Dit terwijl de meeste van de buitenlandse bezoekers vermoedelijk toch wel redelijk konden zeilen, alleen al omdat ze met een eigen boot naar Noord Spanje waren gevaren. Het aanschouwen van deze toespraken van de havenmeester gaf ons het heerlijk gevoel van “Schadenfreude”.

In Cangas ben ik ook voor het eerst weer naar de kapper gegaan. In vloeiende gebarentaal hebben de kapper  en ik prima gecommuniceerd over wat er zou moest gebeuren. Echter drie kwartier later en (slechts) tien euro armer bleek het  kapsel toch geheel anders te zijn dan waar ik normaal mee rondloop. Maar gelukkig wist Jessica mij te vertellen dat dit een typisch Spaans kapsel was en dat het na twee weken vast wel weer op mijn normale kapsel zou lijken.

Heerlijk Ankeren

Voor het strand van de Enscelada da Barra hebben we vier nachten heerlijk geankerd.

Deze Enscalada da Barra is een heerlijk beschutte – en daardoor rustige -baai zonder dorpjes en zonder disco’s .

Maar wel met een strand met wit zand en een schitterende natuur. Ik geloof dat Jessica en ik nog nooit zo heerlijk hebben hardgelopen als vanaf deze plek.
Twee keer zijn we ’s ochtends vroeg met de rubberboot naar het strand geroeid, hebben we bootje op het strand getrokken om daarna te gaan trailrunnen op bergpaadjes met de meest mooie uitzichten. De cooling down van het hardlopen was ook heerlijk: terugroeien, zwemmen in de zee, daarna afspoelen onder de douche en ontbijten.

Maar hoogtepunt van het bezoek aan de Ria’s hadden we voor het laatst bewaard, een bezoek aan de Islas de Cies.

Deze eilanden zijn een nationaal park waarvoor we via het internet permits moesten aanvragen. Dit omdat er een maar een gemaximeerd aantal bezoekers per dag mogen op de eilanden mogen komen en ook maar 15 boten per dag mogen ankeren bij de eilanden. Ook hier weer prachtige witte stranden met de voor de eerste keer ook echt azuurblauw water.

Lastig was wel dat het water er maar 15 graden koud is. Ik heb op het Noordeiland van deze Islas de Cies  nog hardgelopen. Maar bij 15 graden zeewater kreeg ik toch wat minder behoefte aan een cooling down in de zee.

Spanje vaarwel!

Maar aan al het moois komt een eind. Nadat ik al eerder Jessica en Ieke al had uitgezwaaid, ben ik 29 augustus in mijn eentje vanaf Islas de Cies naar Viano do Castelo in Portugal gevaren.

Ik had van vele vertrekkers al gehoord of gelezen dat de Spaanse Ria’s zo heerlijk waren. Ik ben daar inmiddels ook van overtuigd. Vooral in Camarinel en in de Ria de Vigo had ik nog wel een tijdje langer willen blijven.

4. Zuid West Engeland en de Golf van Biskaije

 

 

Zuid West Engeland

Nadat ik in mijn eentje Weymouth verlaten had, begon het mooiste deel van de Zuid Engelse kust. De havenplaatsen werden kleiner en kleurrijker. Ook hoefde ik, behalve in Mylar, niet meer in (te) grote jachthavens te liggen. In de Solent lag ik steeds in jachthavens met heel veel boten van mensen uit heel Engeland. Dat zorgt voor grote jachthavens vol met boten waar alleen in de weekend soms mensen op zitten (als het tenminste mooi weer is). Op den duur wordt dan elke jachthaven gelijk:  veel witte boten en veel lange masten in hele luxe, hele dure jachthavens met maar heel weinig mensen.  Na Weymouth was dat dus voorbij. Vooral ook omdat je in Devon en Cornwall vooral aan moorings ligt, waardoor je gelijk al heel veel meer ruimte en uitzicht om je heen hebt.

Bij het verlaten van Weymouth op 22 juli moest wel eerst de kaap van Portland gerond worden.

Op zich was dat geen spectaculaire kaap om te zien. Terwijl het er windstil was stroomde de water er 3-4 knopen. Bij slechter weer schijnt het er echt te spoken met ook nog 7-8 knopen stroming. Ook kom je bij de kaap van Portland opeens van de warme golfstroom van het Kanaal in de koude golfstroom van de Atlantische Oceaan. In een paar minuten tijd zag ik op mijn meters de watertemperatuur dalen van meer dan 20 graden naar 16 graden.

Die dag van Weymouth naar Dartmouth was lang: 50 mijl varen. Alhoewel ik dat eigenlijk niet zo mag zeggen, werd de lange tocht “opgeleukt”  door een uitgebreide Mayday procedure op kanaal 16 van de marifoon. Er was een Franse sportboot in de problemen was gekomen door een lek in de romp. Net zo als “onze” Den Helder Rescue was Swanage Rescue tijdens de Mayday procedure steeds zeer geduldig en begripvol.  Na veel heen en weer gepraat  over de precieze locatie van de sportboot en over de in de sportboot aanwezige reddingsmiddelen (de Fransen spraken slecht Engels), werd er zowel een RNLI reddingsboot als een reddingshelicoptor op pad gestuurd. Vanuit de reddingsboot werd uiteindelijk iemand overgezet naar de Franse sportboot die het lek uiteindelijk kon dichten. Het heel traject duurde zo’n anderhalf uur en werd afgesloten met een formele Mayday Fini melding van de Engelse Kustwacht. Direct vanaf het begin van de Mayday procedure was – na overleg met Swanage Rescue – ook een Nederlandse coaster naar de Mayday locatie gevaren en bleef daar op verzoek van Swanage Rescue op de locatie aanwezig om zo nodig wellicht extra ondersteuning te kunnen bieden. Een fraai staaltje van goed zeemanschap!

Na de lange tocht was de aankomst in Dartmouth wel direct een sprookje. Het begon al met mijn eerste school dolfijnen vlak voor de haveningang.  Vervolgens voer ik  dicht onder een spectaculaire rotskust langs, welke rotskust zich opeens opende voor een prachtige rivier. Nog mooier was dat de wanden van de rivier prachtige groen begroeid zijn en dat de rivieringang “bewaakt” worden door twee oude kastelen.

Ik had veel mooie verhalen gelezen over Dartmouth, maar helaas bleken alle prachtig gelegen moorings bezet te zijn. Ik moest van de havenmeester aanleggen aan de stadskade waaraan om de 30 minuten ook een luidruchtige kleine ferry vertrok. Deze kleine teleurstelling werd echter verzacht doordat een 100 jaar oud houten jacht opzij bij mij moest aanleggen.  Niet alleen de boot was mooi, de bemanning was ook aardig. De bemanning wilde graag bij mij aan boord wat drinken, vooral omdat de boot wel mooi, maar niet heel comfortabel was. De eigenaar had namelijk besloten dat – in het kader van “wie mooi wil zijn moet pijn lijden” – kussens op de kajuitbanken niet “mooi” zijn. Nadat we samen vrijwel mijn gehele drankvoorraad opgedronken hadden, bleken we ’s nachts ook bijna alle wereldproblemen opgelost te hebben.

De volgende dag had ik een lichte hoofdpijn (ook wel eens een later genoemd).

Na het drinken van veel water  ben ik 23 juli naar Salcombe gevaren. Daar bleek gelukkig wel een fraai gelegen mooring vrij te zijn in de rivier. Het lag zo midden op de rivier idyllisch, met uitzicht op prachtige heuvels en op het prachtige stadje.

                                                                                                                                       Vanaf de boot moest ik steeds met de bijboot naar het stadje varen om daar aan te leggen aan de speciale steiger voor alle bijbootjes. Van al het gekrioel van kleine (en grotere) bijboten leek het er bijna Italiaans aandoend chaotisch. Alles bleek in Salcombe Engelser dan Engels te zijn.  Allemaal prullariawinkeltjes, kledingwinkels, kunstwinkels en uiteraard veel pubs. Gelukkig was er ook nog een heel klein supermarktje, een kleine viswinkel en een goede slager. Kortom ik kon genoeg inkopen om weer een paar dagen heerlijk aan boord te koken. Omdat het stadje zo heerlijk was ben ik maar een dagje extra gebleven in Salcombe.

Na Salcombe ben ik 25 juli naar Fowey gevaren.

Eigenlijk is Fowey een verkleinde versie van Salcombe, dus wederom een prachtige rivier, prachtige soms pastelkleurige huizen, veel winkeltje, kunstwinkels, een kleine supermarkt en een pub waar weer heerlijke cider van de tap geschonken werd.

Intermezzo: ciders


Omdat het sinds mijn vertrek uit Nederland alleen maar mooi weer was, wordt je natuurlijk ook heel dorstig. Ik ben in Engeland steeds meer overgeschakeld van bier op de stevige ciders. In Nederland is cider vooral verkrijgbaar als een nog niet zo populair zoet damesdrankje. In Engeland hebben ze in alle supermarkten echter schappen volstaan met ciders. Van zoete ciders met aardbijensmaak tot stevige ciders met een bitterfrisse afdronk. Zoals we in Nederland speciaal bieren hebben met wisselende alcoholpercentages heb ik in Engeland ook ambachtelijk gemaakte ciders geproefd met soms 10% alcohol. Daar moet je natuurlijk geen hele pinten van wegdrinken, maar een halve pintje van deze speciaal ciders is heerlijk.

26 juli vertrok ik naar de Helford River. In de Helford River ben je al heel dicht bij Lands End, het meest westelijke puntje van Engeland. Helford River is eigenlijk alleen maar een prachtige rivier zonder stadjes. Na 2 mijl de rivier opvaren liggen er een groot aantal moorings in het water. Na aangelegd te hebben aan een van de moorings ben ik in de rubberboot eerst naar een aantal huisje gevaren aan de zuidkant van de rivier.                                                           Het mooiste en bekendste pand aldaar is de eeuwenoude inn, de Schipwrights Arms.

Na aldaar een eerste glaasje cider te hebben gedronken (het was nog steeds dorstig weer), ben ik met de rubberboot doorgevaren naar de lokale zeilclub en heb aldaar een heerlijke maaltijd gegeten, uiteraard weer met een dorstlessende cider.

Intermezzo: zeilverenigingen

Op veel plekken waar ik in Engeland aangelegd heb was een zeilvereniging gevestigd waar je als passant aan een mooring of een steiger kunt liggen. In het weekend wordt bij de zeilverenigingen fanatiek in kleine bootje getraind en ook wedstrijden gevaren. Bijzonder is dat de verenigingen veelal ook een restaurant en pub hebben waar je tegen een zeer bescheiden vergoeding kunt eten en drinken. Omdat het drinken in de zeilvereniging vaak goedkoper is dan in de lokale pub is de lokale bevolking vaak vermoedelijk ook om economische redenen enthousiast lid van de zeilvereniging. Voor alle zeilverenigingen geld dat je als “yachtsman” altijd welkom bent om er te eten en te drinken. Soms kreeg ik eerst  te horen dat het een besloten club was, maar als je aangaf dat je “ yachtsman” bent, dan werd je gelijk welkom geheten. De avonden in deze clubs waren meestal heel gezellig. Engelsen zijn namelijk geen eenzame drinkers, dus meestal werd je gelijk opgenomen in de groep alsof je al jarenlang lid was.

Engelsen blijken dan overigens wel zeer klasse gevoelig. Normale Engelsen varen met een rode vlag, met in de bovenhoek een klein Engels vlaggetje. Als je echter lid ben van een aantal oude koninklijke zeilvereniging mag je met een blauwe vlag varen, met daarin weer in de bovenhoek de Engelse vlag. Het aller chics voor Engelse zeilers is echter de “white ensign”. Een witte vlag met in het de bovenhoek de Engelse vlag. Deze white ensign mag alleen door leden van de in Cowes Castle gevestigde Royal Yacht Squadron. Deze club is zo verschrikkelijk exclusief dat een van Engeland beroemdste zeiler, Sir Thomas Lipton, pas op 83 jarige leeftijd door de ballotage van de Royal Yacht Squadron kwam. Dit terwijl hij voor WO2 voor Engeland diverse malen met zijn J klasse zeilboten had meegedaan aan de America Cup.

Na een heerlijke maaltijd bij de Helford Zeilvereniging, voer ik terug met de rubberboot naar de boot. Vlak bij de zeilboot voeren een aantal lokale roeiboten langs. Dit zijn 6 persoon roeiboten met vaste bank en een stuurman. Met deze boten wordt in de zomer overal in de Engelse rivieren en op zee fanatiek wedstrijd gevaren. Deze zgn. “gigs”  zijn veel smaller dan de Nederlandse roeisloepen. De zes roeiers zitten ook achter elkaar en niet naast elkaar. Omdat ik in Nederland  een fanatiek roeier ben, heb ik, na het zien van een prachtig roeiende wedstrijdploeg, vanuit mijn boot gelijk een mailtje gestuurd naar de lokale Helford River Gig Club. De volgende dag ontving ik gelijk een telefoontje van het bestuurslid “nieuwe leden” van deze roeiclub met de vraag of ik zaterdag gelijk kon meevaren. Vervelend was echter dat de weersvoorspelling voor die zaterdag en zondag zeer slecht waren, waardoor het niet zeker was op de roeitraining door kon gaan. Hetzelfde bestuurslid nodigde mij ook gelijk uit om  vrijdagavond een biertje te drinken op het verzamelpunt van de roeivereniging: de Ferryman Inn. Dat was weer de zoveelste gezellige avond, waarbij alle vaste buurtbewoners van de hele kleine gemeenschap gelijk over de tong gingen. Het bleek dat er in de winter maar een twaalf mensen aan de Helford River wonen, waaronder overigens ook de drummer van de voormalig rockband Queen.

Vanwege de stevige stormvoorspellingen bleek zaterdag de roeitraining helaas niet door te gaan. Ik ben toen  die zaterdag maar gelijk naar de jachthaven van Mylor gevaren. Ik was eerst van plan om naar Falmouth te varen, maar alle jachthavens waren in Falmouth als gevolg van de de stormvoorspelling overvol. Achteraf gezien bleek Mylar een veel betere keus te zijn dan de jachthavens in Falmouth.

De vijf mijl tussen Helford River en Mylor waren spectaculair. Met 30 knopen wind, redelijk vlak water en alleen een kleine genua spoot ik met 8 knopen over het water. Die snelheid had ik toen nog maar een keer eerder zeilend meegemaakt met mijn boot. In Mylor heb ik de storm uitgezeten en vandaar uit ook boodschappen gehaald voor de overtocht naar Spanje.

Maandag 30 juni heb ik een auto gehuurd om opstapper Michiel op te halen in Exeter. Tijdens de laatste avond in Engeland hebben we in Mylor nog heerlijke, verse, krab gegeten. Ik was een beetje vergeten dat krab – en dan vooral de krabbepoten – zo lekker zijn.

De overtocht Mylor – La Coruna

Dinsdag 31 juli begon de overtocht met mooi weer. Echter de wind was de eerste anderhalve dag stevig en niet bezeild. Om niet onnodig tijd te verliezen hebben we er voor gekozen om de eerste anderhalve dag vooral op de motor te varen en een stukje grootzeil als steunzeil te gebruiken. Dit zorgt ervoor dat de boot stabiel op een boord blijft liggen en minder heen en waggelt van stuurboord op bakboord. Omdat het best stevig waaide kregen we te maken met twee soorten golven. De oceaandeining met lange golven die soms van 3-4 meter hoog werden was daarbij niet de grootste uitdaging. Daar dein je met de boot over heen alsof de boot een soort badeendje is. De door de wind gevormde kleinere maar steilere golven stonden haaks op de oceaandeining en zorgden wel voor veel water over de boot en remden de boot ook steeds af. Vermoedelijk door al het klotsen tegen de wind in was Michiel stevig zeeziek geworden. Hij kon twee dagen niets eten en drinken. Elk slokje water en elk biscuitje dat hij probeerde bleek te zwaar op de maag te liggen en kwam er uit. Gelukkig kon hij nog net ’s nachts de wachtdiensten uitzitten.

In de tweede nacht van de overtocht viel de wind gelukkig weg en werd de zee rustig. Daardoor konden we beiden ook weer redelijk slapen als we geen wachtdienst hadden. Door de rustige zee werd ook de zeeziekte van Michiel geleidelijk minder. Wel werd het druk op zee, o.a. met veel scheepvaart.

Intermezzo: hoe druk is het onderweg

Het antwoord is eigenlijk heel simpel: druk. Vooral tussen Brest en La Coruna. Elk uur zie je dan wel 4 -6 vrachtboten die met 10-15 knopen snelheid achterop komen of je tegemoet komen varen. Gelukkig was het tijdens onze overtocht steeds helder weer waardoor je de boten overdag en ’s nachts goed zag aankomen. Wat nog fijner was dat we via het AIS systeem alle boten goed konden zien aankomen op de GPS plotter. Omdat je via de AIS ook gelijk de naam van de boot, zijn snelheid en het “closest point op approach” ziet, kun ook ver van te voeren zien of er zich wellicht een gevaarlijke situatie gaat voordoen. Volgens de internationale voorrangsregels op zee heb je als zeilboot altijd voorrang op de grote vrachtboten en je zag op de plotter dat deze steeds keurig voor ons uitwijkten. De paar keer dat we niet helemaal zeker waren van de bedoeling van de betreffende vrachtboot konden we, omdat we via de AIS de naam van de betreffende boot zagen, de boot oproepen via de marifoon om te overleggen over zijn bedoelingen. Alhoewel de marifoon dan meestal bediend werd door een matig Engels sprekende Russische wachtofficier, was dit overleg toch nuttig en stress verminderd.

Vooral ’s nachts was dit drukke verkeer best plezierig, omdat we dan steeds wat te doen hadden tijdens de lange donkere uren.

Alhoewel de AIS formeel geen volwaardige vervanger is van de radar, is het een heerlijk hulpje dat er voor zorgt dat ik de radar nog maar heel weinig gebruik.

Overigens hebben we tijdens de overtocht ook regelmatig scholen dolfijnen gezien en zelfs een enorme walvis die ons op 100 meter al spuitend passeerde.

In de vroege ochtend van de derde dag van de overtocht draaide de wind naar een comfortabele ruime wind en daardoor werd het leven aan boord direct veel aangenamer.

Met de zich rustig  aaneen rijgende uren kregen we ook ruim de kans om uiteindelijk te testen of de SSB radio ook daadwerkelijk werkte. Na wat geprutst lukte het ons om midden op de oceaan onze eerste mailtje te versturen naar het huisfront en we waren natuurlijk nog gelukkiger toen we midden op de oceaan ook de eerste mailtjes en aanmoedigingen kregen van het thuisfront.

Met de ruime wind liep de boot de laatste anderhalve dag als een tierelier. Dat was ook wel een beetje nodig omdat we uitgerekend hadden dat als Michiel zijn vliegtuig in La Coruna wilde halen, we deze laatste anderhalve dag toch gemiddeld 5,5-6 knopen moesten varen.

Door de goede wind (en soms een beetje steun van de motor) haalden we de laatste anderhalve dag steeds gemakkelijk een gemiddelde snelheid van 6 knopen.

Met dat we de Spaanse kust in zicht kregen dachten (en hoopten) we natuurlijk dat we er echt bijna waren, vooral ook omdat ook de telefoon weer tot leven kwam en we ook de eerste berichten en foto’s konden versturen.                                                                                  Zoiets valt altijd een beetje tegen, ook al wisten we eigenlijk best wel dat het nog drie uur doorvaren was. Deze laatste drie uur waren de bekende “ laatste loodjes”. De wind trok namelijk aan tot een ruime wind van 6-7 Bft. Dat was op zich niet heel erg. Simpel alleen halve genua opzetten, dan blijft de boot goed doorlopen. Vervelender was echter dat de golven opeens hoog en heel steil werden en ook dicht op elkaar volgenden. Daardoor liep de boot soms wel 10 knopen als we weer van een golf af surfden. Omdat dan ook de kans bestaat dat de boot in een vlaag uit zijn roer zou lopen en dwars op de golven zou komen, heb ik toen voor het eerst in mijn leven moeten besluiten op niet alleen met reddingsvest en aangelijnd buiten te gaan zitten, maar om ook de kuipingang af te sluiten. Dit om te voorkomen dat een eventueel overslaande golf de kuip zou vullen met zeewater waarna ook de kajuit zou kunnen vollopen. Ik had al te veel verhalen gelezen over boten met dit soort waterproblemen op de Golf van Biskaije. Gelukkig gebeurde dat allemaal niet, de boot deed het fantastisch en de stuurautomaat hield de boot deze laatste uren prima op koers. Vlak voor La Coruna aangekomen, werd het weer  donker en tijdens het laatste uur viel de wind opeens weg. In het pikkedonker zijn we een van de jachthavens in La Coruna aangelopen. Dit bleek niet heel erg moeilijk te zijn omdat we in de pilots en de kaarten de haven goed konden bestuderen en omdat we op de GPS plotter precies konden zien waar we waren. Bovendien was de ingang van de jachthaven heel goed verlicht.

Aankomen in La Coruna

Na alle lijnen vastgelegd te hebben in La Coruna, hebben we de tijd op onze horloges verzet van Engelse zomertijd naar Spaanse zomertijd. Zo was het opeens al weer middennacht. Mijn echtgenote appte toen direct dat ze op de app van van MarineTraffic al had gezien dat we veilig waren aangekomen. Wat een heerlijk app is dit het thuisfront en de mensen die willen weten waar ik met de boot ben!

Wetende dat in Spanje het nachtleven om middennacht pas begint zijn we  direct de oude binnenstad van La Coruna in gegaan en daar bleken alle restaurants nog bezet te zijn met Spaanse gasten. Dit leverde nog een heerlijke avond/nacht op. Na een aantal biertjes en tapas hapjes lagen we om 2:00 weer heerlijk rustig in bed.

Dit werd echter wel een hele korte nacht. Dit omdat Michiel om 8:00 al weer op moest om zijn vliegtuig van 10:30  naar Nederland te halen. Dat was voor hem uiteraard een grotere uitdaging dan voor mij. Nadat Michiel in een taxi gestapt was kon ik gelijk mijn bed weer inrollen om verder uit te slapen.

De volgende dag  kon ik terugzien op een geslaagde, maar wel vermoeiende, overtocht van in totaal 470 mijl in 3,5 dag.

3. Eindelijk op weg: Medemblik – Weymouth

De laatste voorbereidingen

De week van vertrek was hectisch met alle laatste voorbereidingen. Er werd nog het nodige aan de boot geklust en ook moest de boot volgeladen worden met alle spullen en boodschappen die ik inmiddels thuis had opgeslagen of die al eerder door de werf voor mij was ingekocht. Het resultaat was vier grote Volvo’s vol met spullen die in de boot moesten worden geladen. Ik was er inmiddels achter gekomen dat mijn boot 43 opbergplekken heeft, variërend van 2 grote bakskisten en een bilgeput tot alleen al 11 kasten/laden in de slaapkamer voorin de boot. Als ware boekhouders hebben mijn zoon en ik een hele middag besteed om de ingekochte voorraden op hun geregistreerde plek te krijgen.

Het vertrekkersfeest

Op de dag van vertrek was stond twee dingen vast: om 16:00u zou het afscheidfeest beginnen in de Pekelharinghaven en om 19:00 zou ik wegvaren.

Echter de boot was op de dag van vertrek nog niet lang niet klaar. Gierend van de adrinaline over dingen die nog niet klaar waren, kwam ik vlak voor het feestgedruis zou beginnen pas aan bij de feestlocatie. Tijd om nog even schone feestkleren aan te trekken was er niet, de eerste gasten stonden al op de kade op ons te wachten.

Het afscheidfeest was een geweldig succes! Heel veel vrienden, waaronder vele van de toekomstige opstappers, waren gekomen Dat gecombineerd met mooi weer, de fantastische locatie van de Pekelharinghaven en een geweldige catering maakte het voor mij tot een geweldig feest.

                                                                                                                                             Ter plekke boden mijn broer en zus aan om  ’s avonds nog even mee te varen naar Enkhuizen. Om 22:00u aangekomen in Enkhuizen, kwam Douwe van de werf DE Yachting langs om het reserve anker nog even af te leveren.

De dag daarop ben ik samen met oud college Hein en zijn drie jonge kinderen, naar IJmuiden. Dat begon gelijk met door zeeziekte spugende kinderen. Maar zodra de koers verlegd kon worden naar een ruimwindse koers was alle ellende over en begon een feest aan boord, inclusief verstoppertje spelen.

De 43 kasten en laden hebben ze niet gevonden, maar dat weerhield Hein’s kinderen er niet van het hele Noordzeekanaal zoek te zijn in de boot.

Aangekomen in IJmuiden bleek de watertanks leeg en de drie bilge putten overvol te zitten met zoet water. Dat werd geen vertrouwen wekkend start van een jaartje varen.

Naar Oost Engeland

De volgende dag zou (2 juli) ik samen met de eerste opstappers om 10:00 vertrekken naar Pinn Mill. Gelukkig kon Douwe van De Yachting gelijk komen om een spoedreparatie uitvoeren.

Na deze spoedreparatie konden we alsnog rond 14:00u Nederland definitief achter ons laten. De wind was de hele weg op weg naar Pinn Mill steeds comfortabel, een lekkere  ruime wind. Omdat het wel steeds 4-6 Bft woei , was de gemiddelde snelheid hoog.

Niemand van de eerste opstapper had ooit ’s nachts op zee gevaren. Ze werden aangenaam verrast door het feit dat je midden op zee met 2 pitten nog steeds geweldig kunt koken. Ik was zelf ook wel een beetje trots: confit de canard uit de oven, in het eendenvet gebakken aardappel en een frisse salade.  Wel vervelend was dat ’s nachts de stuurautomaat het begaf. De laatste 50 mijl op de hand sturen bleek met 4 man aan boord geen groot probleem.

Ik had Pinn Mill aan de Orwell rivier als eerste buitenlandse locatie gekozen,  omdat ik eindeloze verhalen in Nederlandse zeiltijdschriften gelezen had over het feit dat elke Nederlandse zeezeilers ooit een keer een biertje moest drinken in de Butt&Oyster Pub in Pin Mill. Na de eerste twee biertjes in de jachthaven van de Royal Harrich Yacht Club, bleek het verplichte biertje bij de Butt&Oyster Pub echter toch wel heftig op de maag te liggen.

Op advies van de mensen van de Royal Harrich Yacht club moest ik voor de reparatie van de stuurautomaat ene “Ollie” te bellen. Dat was een geweldig advies, maar ik kreeg van deze Ollie wel het advies/opdracht om de volgende dag voor 8:00 me te melden bij de Suffolk Yacht Haven. Daar aangekomen bleek Ollie gelukkig een super professional te zijn die binnen een uur het probleem had gevonden en gerepareerd. De driver van de stuurautomaat bleek kapot te zijn. Geluk bij een ongeluk was dat Ollie de driver op voorraad had en meteen kon installeren. Het “ongeluk” was dat ik gelijk 1.500 pond moest neertellen voor de nieuwe driver.

Naar Londen

De dag daarop ben ik met opstapper Ellen naar Queenborough gevaren aan de rivier Swale. In de meeste boeken wordt als een lelijke plek bescheven. Dat klopt alleen maar een klein beetje. Ja, er is veel lelijke industrie. Maar kijk je andere kant op, dan was het een prachtige natuur. Dus een kwestie van een strategische zitplaats in de boot kiezen.

Het mooist van Queenborough was echter de lokale micro pub Terwijl we door het dorp liepen, werden door een lokale bewoner aangesproken dat als we de beste pub van het dorp zochten, we naar de Admiral’s Arm moesten gaan. We hebben daar op aanraden van de locals diverse bier en cider geproefd. Gelukkig ging deze pub om 23:00u dicht, anders zouden het drankgelag de volgende dag toch wel tot heftige hoofdpijn en vertragingen hebben geleidt.

Na Queenborough ging de tocht door naar Londen(6 juli). Een van de locaties op mijn bucketlist was St Katherine Haven in Londen.

Dat ligt slechts 100m van de Tower Bridge af. Na een lange tocht door een niet heel bijzonder landschap werd het de laatste mijlen over de Thames toch wel spectaculair en ook werd het hectisch druk op het water. Echter Loosdrecht in de zomer is drukker en anders dan op Loosdrecht kennen alle schepen die je tegen komt kent de voorrangsregels wel en bovendien is niemand er op uit om je te overvaren. Aankomen bij de St Katherine Haven was een plekje op mijn bucketlist meer dan waar. Je tikt ongeveer eerst de Tower Bridge aan, waarna je gelijk rechtsaf een sluisje in kunt die de toegang biedt tot de haven. De meeste marina’s kennen een grote mate van eenvormigheid, maar St Katherine Haven was toch wel een positieve uitzondering. St. Katherine Haven heeft namelijk een heerlijk uitgaansgebied rondom de jachthaven. Als je wilt kun je in de haven zeker twee weken elke dag een ander restaurant uitproberen.

In London stapte mijn broer op en na wat sightseeing in Londen zijn we 8 juli weer teruggevaren naar Queenborough. Het laat zich raden waar de avond eindigde: de Admiral’s Arm. Opnieuw een geldige avond met wat mensen van de RNLI. Vooral de oud schipper van 75 jaar wilde ons waarschuwen voor elke zandbank die rond Queenborough te vinden is. Toen echter bleek dat de man de laatste 5 jaar niet meer op het water was geweest, begonnen mijn broer Jan en ik ons toch af te vragen of zijn kennis nog wel helemaal actueel was. Na een aantal bier was de man ook niet helemaal te volgen. Of dat aan zijn steeds sterker wordend accent lag of aan de alcohol was ook niet duidelijk. Wel had ik voor de tweede keer een gewelde avond in Queenborough.

Vanuit Queenborough moest op 9 juli Dover bezocht worden.

De eerste aanzichten van de “white cliffs of Dover waren prachtig, dat konden we helaas niet van Dover zeggen. Wat een trieste stad! De volgende dag naar Eastbourne was prima maar niet bijzonder. Na Eastbourne werd het opeens wel heel mooi. Op weg naar Brighton  was de vuurtoren van Beachy Head en de rotsen die de Seven Sisters genoemd  worden, spectaculair.

Vooral prachtig was toen een oud vliegtuigje uit WO2 spectaculaire stunts begon te maken rond Beachy Head.

Zuid Oost Engeland

11 juli moesten we een verplichte dag rust houden in Brighton. De SSB radio bleek in Nederland nog steeds niet goed te functioneren en Diederik Vogelzang bood mij aan om de SSB radio te repareren en daarna speciaal naar Brighton te komen om de radio te installeren. Het werd een heerlijk dag en door de verplichte pauze kregen Jan en ik ook nog de kans om Brighton te bekijken.               Het Royal Pavillion is in Brighton natuurlijk een bijna verplicht nummer om te bekijken, maar het leukste was de heerlijke ontspannen sfeer in de stad met veel ontspannen toeristen en gillende scholieren op excursie. Diederik had gelukkig het probleem in de SSB kunnen oplossen, het bleek een kapotte transistor te zijn van EURO 0,50. Daarnaast hebben we nog allerlei andere kleine electronisch mankementen samen met Diederik opgelost.

Het mekka van de Engelse zeilsport: de Solent

Na Diederik weer afgezet te hebben zijn Jan en ik doorgevaren naar de Solent. De eerste stop was het dopje Gosport, vlak bij Pourtmouth.

’s Avonds leerden we bij de lokale sailing club, dat je als bezoekende zeiler altijd welkom bent op elke Engelse zeilclub en dat je altijd aanspraak hebt aan lokale leden die willen weten wat je hebt gedaan. Overigens bleek een van de grootste motivaties van de lokale bevolking van Gosport om massaal lid te worden van de lokale zeilvereniging het goedkope bier te zijn.

Na Gosport zijn we 14 juli naar Cowes gevaren en daar drie dagen gebleven. De eerste dag moest er schoongemaakt en gewassen worden, daarna hebben we met een gehuurde auto het eiland verkent. Vooral de high tea in het George hotel in Yarmouth was een plezierige belevenis.

Ook de wandeling naar de West punt van het eiland om de Needles te bekijken was relexed.

Na drie dagen rust in Cowes zijn we 17 juli de rivier Hamble opgevaren op het vaste land. Belangrijkste reden om daar te gaan liggen was de uitnodiging van een oud collega Richard van CMS om bij hem thuis in Winchester te komen eten. Dit werd een onverwacht spannende avond, vooral omdat de jongste zoon van Richard die middag onverwacht had aangekondigde langs te komen met zijn nieuwe vriendin. Wat mij betreft werd de vriendin gelijk goedgekeurd, maar ik geloof dat er wat reserves waren bij Richard en zijn vrouw.

De volgende dag is Jan afgestapt en terug gereisd naar Nederland. De daarop volgende anderhalve week moest ik mezelf vermaken en alleen zeilen. Ik had ik nooit  groot probleem mee, vooral omdat de Engelsen altijd bereid zijn een lijntje aan te pakken, zodat aanleggen in je eentje niet tot grote problemen lijdt. Los van lijntjes aanpakken is de gemiddelde Engelse zeiler ook altijd om een praatje verlegen, waardoor je je ook niet kunt vervelen.

Bij Hamble Yacht Service heb ik gelukkig ook twee steeds urgenter wordende problemen opgelost. De buitenboordmoter liep niet mooi en gelukkig kon die ter plekke schoongemaakt worden. Ook mijn gasproblemen konden worden opgelost. De grote gasfles van 6 kg Primagas bleek na drie dagen al leeg te zijn, terwijl ik verwacht had dat ik er tenminste een maand op zijn kunnen koken.

Intermezzo: gasproblemen

Toen na 3 dagen bleek dat mijn grootste tank al leeg was, dacht ik de Primagas fles simpel om te kunnen ruilen. Dat bleek toch een probleem te zijn, omdat de Engelsen niet met Primagas werken maar met het merk Calor Gaz welke ook nog in tanks van afwijkende formaat zitten. Via de mensen van Primagas Nederland kreeg ik te horen dat in Engeland en ook in Spanje en Portugal geen Primagas te verkrijgen is. Ook kreeg ik te horen dat Primagas en Calor Gaz eigendom zijn van een en dezelfde Nederlandse investering club (SHV), maar dat verdere integratie van de systemen niet beoogd werd. Na vele telefoontje naar gasleveranciers in Engeland leek het gasprobleem steeds groter te worden. Bij Hamble Yacht Service wisten ze gelukkig het telefoonnummer van ene David, een gepensioneerde gasonderhoudsmonteur. David was niet alleen gepensioneerd maar had in de loop van zijn leven vele van zijn tanden verloren wat het verstaan van hem toch wel en beetje lastig maakte. Maar ik was heel blij dat hij  bij hem thuis mijn beide gastanks vanuit een grote gasfles weer heeft kunnen vullen. Dit zal vast niet conform Europese veiligheidsregels zijn gebeurd zijn, maar ik was er blij mee dat mijn gasprobleem voorlopig opgelost was. David bleek als gepensioneerd gasmonteur ook nog alle tijd te hebben. Dus na het oplossen van de gasproblemen, hebben we nog eindeloos over bootjes en zeilen

 18 juli heb ik de Hamble verlaten en ben ik naar Lymington gevaren. Over Lymington is niet zo veel te vertellen, mooie luxe jachthaven, maar met alleen maar uitzicht op ander boten.

Na Lymington ben ik 19 juli weer een klein stukje terug gevaren naar de Beaulieu River. Mijn uitspraak (op zijn Frans) van de river begreep de lokale mooring officer niet. Het bleek dat je de mooie naam moest uitspreken als iets van “beuli river”. De mooring in de natuur was een geweldige ervaring. Allereerst omdat ik gelijk in een keer, in mijn eentje, de mooringlijn goed kon vastmaken. Maar vooral ook omdat de rivier en de omgeving onvoorstelbaar mooi was. Mijn foto apparaat maakte daardoor overuren, vooral nadat ik ook nog ooievaars en kleine zilverreigers gespot had. .

 

De bedoeling was om 20 juli door te varen naar Poole, maar de wind en het getij waren zo gunstig dat ik besloot om gelijk door te varen naar Weymouth.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Daar weer een dag rust gehouden om de was te doen en het stadje te bekijken. Zoals veel Engelse badplaatsen had Weymouth twee gezichten. Allereerst een prachtig strand met mooie oude huizen aan de boulevard, maar ook een verpauperde binnenstad met alleen maar goedkope winkels en Engelsen of zijn meest Engels: te dik, rood verbrand en vol met tattoos

 

 

 

2. De voorbereidingen vorderen

Een jaar of drie geleden heb ik met de werf DE Yachting een plan van aanpak gemaakt om de Atropos geheel klaar te maken voor het rondje Atlantic. Inmiddels vorderen alle renovaties en verbeteringen aardig en het ziet er naar uit dat de boot op 30 juni geheel klaar is voor vertrek. Dat klinkt allemaal heel erg  soepel en simpel, maar de eerlijkheid gebied te zeggen dat de afgelopen drie jaar er toch veel meer moest gebeuren dan we drie jaar geleden gepland hadden.  Een van de grootste (en duurste) tegenvallers was wel het vervangen van de gehele verstaging in maart van dit jaar.

Los van “spullen kopen en installeren”, ben ik afgelopen jaar naar vele opleidingsbijeenkomsten geweest om de noodzakelijke extra kennis te verwerven.

Wat daarbij best lastig was, was dat deze kennis volstrekt vaak niet aansluit bij dingen waar ik wel heel veel ervaring mee had. Een trainingsweek voor het Marcom A examen (om een korte golf zender te mogen bedienen op zee) is toch heel iets anders dan een cursus belastingrecht. In dat laatste was ik best wel goed, maar de werking van korte golf zenders was toch een compleet nieuwe wereld voor mij.

Alhoewel het leren voor dit Marcom A examen een week lang tot diep in de nacht door ging, was het wel erg gaaf om voor het praktijkgedeelte van dit examen een middag op een oefen brug van een zeeschip te staan. Dit om te oefenen met de diverse apparatuur.

Maar goed, alles is te leren en inmiddels ben ik redelijk goed thuis in de wereld van korte golfzenders, satelliet telefoons, epirbs, radar, AIS, EHBO, website bouwen en navigatie op zee. Alhoewel ik meende dat een zeekaart geen geheimen meer voor me had, kostte het leren voor het examen Theoretische Kustnavigatie toch onverwacht veel tijd en stress.  Maar ook dat examen is gelukkig succesvol afgerond.

Wat enorm leuk en ook leerzaam was, waren de twee vertrekkersdagen die georganiseerd werden door de Vereniging voor Toerzeilers en door het tijdschrift Zeilen.

Tijdens deze twee dagen kon je de bemanningen ontmoeten van ca. 20-25 vertrekkersboten die allemaal deze zomer beginnen met een rondje Atlantic of met een rondje om de wereld. Leuk om nu al mensen te ontmoeten die ik ongetwijfeld weer tegen kom in verschillende havens.

Afgelopen twee weken is de boot ook weer helemaal gepoetst en in de was gezet. Ook het teakdek is weer algen vrij  en compleet schoongemaakt. Aan de buitenkant ziet de boot er – mede door de nieuwe laag antifouling – weer spik en span uit.

 

 

 

Komende tijd moet nog wel aandacht en tijd besteed worden aan het systematisch beladen van het schip. Er moet heel veel kleding, uitrusting, diesel, water en voedsel weggestouwd worden op een manier dat het ook nog weer terug te vinden is.  Dit wordt nog heel wat gepuzzel. Ik heb inmiddels wel van oud-vertrekkers geleerd dat het niet zinvol is om in Nederland al heel veel blikken met vlees, rijst en pasta e.d. in te kopen. Veel oud-vertrekkers meldden dat na afloop van hun reis meer de helft van deze in Nederland ingekochte houdbare etenswaren niet opgegeten was. De meeste inkopen zal ik vermoedelijk in Gran Canaria moeten doen. Daar schijnen de supermarkten helemaal  gewend te zijn aan het bevoorraden van vertrekkers en zijn de supermarkten zelfs gewoon om de boodschappen op de steiger af te leveren.

Gelukkig ligt de boot inmiddels al wel weer een maand in het water. De eerste zeiltochtjes zijn al gemaakt en in de week na Hemelvaart zullen Jessica en ik weer een paar dagen naar de Wadden gaan. In zo’n week zeilen zal ongetwijfeld blijken dat sommige dingen nog niet helemaal goed werken. Maar dat zal het komende jaar wel steeds zo blijven. De boot zal steeds onderhoud nodig hebben en er zal ook ongetwijfeld het nodige kapot gaan. Maar per saldo heb ik nog steeds heel veel vertrouwen in de Atropos. Het is een mooie en sterke boot die nu (bijna) helemaal klaar is voor de reis.

 

 

1. Een enerverende generale repetitie

Om te ervaren hoe het is om meerdere dagen (en nachten) door te zeilen heb ik dit jaar – samen met mijn zoon Sietse en twee van zijn vrienden – een zeiltocht gemaakt naar Whitby in Noordoost Engeland. Een soort generale repetitie voor de reis naar de Caraibische eilanden in 2018/2019. Vanuit Medemblik voeren Sietse en ik in een rustig tochtje naar de naar KMJH jachthaven in Den Helder. Ik was daar nog nooit geweest, maar wat een heerlijke jachthaven is dat!  Kleinschalig, goede voorzieningen, hulpvaardige havenmeesters en ook nog gratis mooi weer.

De heenreis

De overtocht vanaf Den Helder naar Whitby was 230 Nm lang en duurde zowel heen als terug ongeveer 42 uur. Wat opviel gedurende de heen- en terugreis was dat er eigenlijk geen moment was waarop er niets te zien was. Altijd was er wel een olieplatform in zicht en anders moest je wel voor vrachtschepen uitkijken in de drie shipping lanes die we passeerden.

Vakantie in Whitby

Whitby is een  Engels vakantieplaatsje met veel typisch Engels vakantievermaak: een oude abdij, veel speelhallen, vis en chips en vooral veel aardige Engelsen. Naar goed Engelse gewoonte waren de Engelsen wel ruim voorzien van tattoos op alle (net iets te dikke) lichaamsdelen.

 

Na een eerste dagje bijslapen en het uitproberen van een aantal lokale biersoorten, zijn we de tweede dag via het coastpath naar het dorpje Robin Hood’s Bay gelopen. 

Daar waar de wandeling ’s ochtend nat en stormachtig begon, eindigde het in prachtig zomerweer. Om dit zomerweer te vieren hebben we in Robin Hood’s Bay, in een prachtige teagarden, de thee overgeslagen om toch weer de kwaliteit van het lokale bier weer te testen. 

De laatste vakantiedag hebben we besteed aan een tochtje met een stoomtrein naar Goathland. Dit gehucht lag in de middle of nowhere, of eigenlijke beter gezegd, midden in de bloeiende heide van de North York Moors. 

Alhoewel Goathland als gehucht niets voorstelt, was het stationnetje prachtig en ook wereldberoemd als het Hogsmeade Station in de Harry Potter films.

Terugweg: geen stroom, geen motor

Na drie dagen vakantiepret moest er weer 230 Nm terug gezeild worden. Alhoewel het weer prima was, was het wel een tocht met wat hindernissen. Na 100 Nm viel namelijk niet alleen stroom uit (en dus ook de stuurautomaat en de instrumenten), maar ook de motor gaf de geest. Op zich is dat niet erg, want een zeilboot zeilt wel door, maar 24 uur op de hand sturen en steeds naar het kompas kijken was best wel inspannend.

Gesleept door de KNRM

15 Nm voor Den Helder hebben we via de handheld marifoon op kanaal 16 geïnformeerd of de havenmeester in Den Helder ons wellicht de laatste meter de jachthaven binnen zou kunnen slepen.

We kregen daarop via Den Helder Rescue het bericht dat Joke Dijkstra, de grootste reddingsboot van de KNRM, in de buurt was en direct bijstand zou kunnen verlenen. Dat werd wel spanning en sensatie! Terwijl het al donker werd, werden we met vermoedelijk 9-10 knopen snelheid een uurtje gesleept.Ik weet wel zeker dat de Atropos nog nooit ze snel gevaren heeft. Een laatste duwtje door de havenmeester werd zo een vervangen door enerverende sleeptocht.

Alles weer gerepareerd

De week daarop hebben de mensen van De Klerk Yachtservice de boot gerepareerd. De dieselleidingen bleken verstopt te zijn met groene algen die makkelijk in biodiesel blijken te groeien, terwijl de stroomproblemen het gevolg waren van accu’s die het loodje hadden gelaten.

Inmiddels werkt alles weer prima. Nu maar hopen dat een technisch gezien uitdagende generale repetitie zal leiden tot een perfecte zeiltocht volgend jaar.